Boekestein

Bij de cavelconditien waren de kavels 4 en 5 en 10 Morgen uit kavel 3 toebedeeld aan: Abel Matthijsz Burgh, die we reeds als eigenaar van de vorige hofstede hebben aangetroffen.
Boekestein vormde kavel 5. Bij testament was Catharina Coenraadsdr. Burgh, weduwe van Dirk Geurtsz van Beuningen aangewezen als erfgename die haar toegewezen portie, 9,5 Morgen van kavel 5, overdroeg bij acte 17 Februari 1656 aan Joan van Dijk die door zijn huwelijk geparenteerd was aan de familie Burgh. Clara Burgh (1589-1653) huwde 4 Februari 1618 Albert Velickert en hunne dochter Hillegond geboren 1621 en begraven6 mei 1681 nalatende een vermogen van F. 50.000,- was 7 April 1654 gehuwd met Joan van Dijck. Hij was te Castricum in 1621 geboren en woonde te Amsterdam op de Bloemgracht en was schepen aldaar in 1676. In 1665 tot hoofdingeland gekozen, inmiddels in 1656 tot schepen van ‘s-Graveland gekozen, oefende hij tevens het ambt uit van Penningmeester van de Polder (1658-1678).
Tot de verdere erfgenamen van Abel Matthijsz Burgh behoorde Dr. Albert Coenraadsz Burgh. Zijn dochter Anna Burgh (1624-1672) trouwde in 1650 met Dirk Tulp, Ridder-Baronet, geboren 9 Juni 1624 wonende op de Kloveniersburgwal in het “Huys van Nassau” dat hij 25 Mei 1667 voor F. 35.000,- kocht. Behalve eigenaar van de “Tulpenburg” onder Duivendrecht, werd hij door zijn huwelijk bezitter van grond in ‘s-Graveland. Hij was in 1654 schepen aldaar en ingeland van de Polder. Bij acte van overdracht 16 Mei 1661 kwam deze grond eveneens in handen van Joan van Dijck, die nog het volgende jaar (9 Augustus 1662) een halve morgen gronds overnam van Joan de Walé, handelende krachtens volmacht van Elisabeth Sperwer,die gehuwd was geweest met Benedictus Schaeck.
Joan de Walé, heer van Ankeveen huwde Geertrui Schaeck, doch-
ter van pasgenoemd echtpaar. Joan van Dijk heeft op deze gronden een hofstede gesticht. Hij komt ook voor als onderteekenaar van de Resolutie betreffende de bouw van de Kerk.
Na het overlijden, September 1678, kwam de hofstede aan Dirck Geelvinck, één van zijn erfgenamen. En vervolgens aan Albert Geelvinck en na diens dood in 1693 aan de weduwe Sara Hinlopen. Laatstgenoemde hertrouwde te Amsterdam den 26en april 1695 Mr. Jacob Bicker (1642-1713). Schepen en Raad aldaar, Hoofdingeland van ‘s-Graveland, zoon van Hendrick Bicker en Eva Geelvinck. Zij overleefde haar tweede echtgenoot nog 36 jaren en heeft zich elders gevestigd daar den 8sten Augustus 1716 de geheele Hofstede cum annexis groot 23 Morgen krachtens volmacht van Vrouwe Sara Hinlopen door haar zwager Hendrik voor F. 11.975,- verkocht wordt aan Mr. Nicolaas Sautijn.
Mr. Satijn, geboren 25 September 1676 te Amsterdam, was de zoon van Mr. Willem Sautijn en Theodora Bambeeck. Hij was achtereenvolgens Raad, Schepen en herhaaldelijk Burgemeester van Amsterdam Luitenant- Houtvester van Gooiland (1719-1730) en Hoofdingeland van’s-Graveland van 1719 tot 1731, hij trouwde in 1726 Clara Decquer (1629-1738) In 1731 liet hij de hofstede overdragen aan zijn zoon Mr. Willem Sautijn (1703-1743), die zijn vader als hoofdingeland opvolgde. In 1734 werd hij schepen van ‘s-Graveland en werd tevens Meesterknaap van Gooiland. Hij huwde in 1726 Maria Henriette van de Poll. Nog twee jaar voor zijn overlijden op 21 December 1741 werd de hofstede verkocht voor F. 16.093,- aan Mr. Salomon Dedel. Met de komst van Dedel breekt er voor’s-Gravelánd een bijzondere tijd aan. In velerlei opzichten gaf hij de leiding aan zaken dit dorp betreffende. Zijn voorliefde voor ‘s-Graveland schijnen ook zijn vele nazaten van hem geërfd te hebben. Uit het midden van de 18e eeuw dateeren de aankoop van de beide velden, het Naarderveld en Trompenveld, die samen een afsluiting vormden ten oosten van dorp.
Dedel was te Amsterdam 25 November 1711 geboren, aldaar Raad en Schepen, bewindhebber van de West-Indische Compagnie, Postmeester van het halve Utrechtsche, Overijsselsche en Friesche Comptoir en Kapitein der Burgerij. Tot Hoofdingeland van ‘s-Graveland verkozen (1742-) zag hij zich in 1758 tot Dijkgraaf benoemd, hetgeen hij bleef tot zijn dood in 1774. Op Boekestein blies hij de laatste adem uit op 4 oktober en werd 8 oktober te Amsterdam begraven. Gehuwd sedert 7 Juli 1733 met Agneta Maria Boreel werd hem een talrijk kroost geschonken. Het tegenwoordig huis dateert uit het midden der 18e eeuw en is voor Mr. Salomon gebouwd ter vervanging van de eenvoudige hofstede, die er eerst gestaan heeft.
Tot laat in de 19e eeuw was het heerenhuis aan beide zijden van de bijgebouwen voorzien in dezelfde geest als bij Schaep en Burgh. Deze bouwhuizen werden voor stallingen en woning benut en tevens als Oranjerie. Over de geheele breedte langs de dakgoot loopt een attica kenmerkend voor vele huizen uit dien tijd. Het geheele rechtsche gedeelte met de toren dateert uit deze eeuw. Bij de boedelscheiding 17 Mei 1775 kwam Boekestein aan Vrouwe Susanne Sophia Dedel (1748-84) die in 1772 te Amsterdam in den echt was verbonden met Mr. Nicolaas Warin Antonisz, heer van Schonauwen. Hij was geboren in 1744, stierf in Gorichem 11 October 1815, werd 1783 benoemd als Baljuw van Naarden en Gooiland en was hoofdingeland tot 1785.
Na den dood van zijn echtgenoote verkocht hij de hofstede op 6 Augustus 1785 aan Mr. Martinus Alewijn, die tevens de boerenhofstede Brambergen in eigendom verkreeg met een totale grootte van 50 Morgen mede de landen onder Ankeveen, die voor de hofstede ten Westen van de vaart lagen. Alewijn die 24 December 1807 kinderloos overleed was gehuwd met Margaretha Backer, die op Boekestein den 24sten februari 1827 stierf, waarna de buitenplaats bij publieke veiling in O.Z. Heerenlogement te Amsterdam op 13 Augustus van hetzelfde jaar voor F. 55.800,- werd verkocht. Kooper bleek te zijn Ananias Willink, President van de Nederlandsche Bank.
Zijn dochter Elisabeth (1808-1867) huwde in 1834 Jhr. Mr. Cornelis Dedel, de president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam. Na 1827 is Boekestein niet meer verkocht en steeds van familie op familie overgegaan. Mr. Dedel vergrootte zijn bezit in 1877 met de aankoop van Schaep en Burgh, dat hij voor slooping en ondergang wilde behouden. Op 21 Augustus 1862 was zijn dochter Jonkvrouwe Anna Hillegonda in het huwelijk getreden met Jhr. Mr. Ferdinand Hooft Graafland wiens zoon Jhr. Mr. Dr. Jacob Petrus in 1892 tot Burgemeester van ‘s-Graveland en Ankeveen werd benoemd als opvolger van den Heer M. C. Pellecom. Jhr. Ferdinand Hooft Graafland stierf te Amsterdam 6 Mei 1901, terwijl zijn echtgenoote alhier bleef wonen en in 1914 overleed. Het volgende jaar verkreeg Jhr. Jacob Alexander Roëll, de tegenwoordige eigenaar uit de boedel van zijn, inmiddels op Sperwershof den 14en mei overleden vader Mr. Willem Baron Roëll, die gehuwd was met de zuster van Mevrouw Hooft Graafland, Jonkvrouw Johanna Isabella Dedel, het landgoed. Boekestein werd eerst verhuurd aan Jhr. Hartsen tot 1920, Waarna Jhr. Roëll het huis aanzienlijk liet verbouwen o.a. de toren werd er aan toegevoegd. Hij ging er 28 September 1920 met zijn familie wonen. In 1936 volgde hij de Heer F. E. Blaauw op als Voorzitter van de Polder van ‘s-Graveland.