In de Gloriosa

Bousigt

Bousigt

Bij de loting viel, het lot No 3 omvattende de kavels 6, 7 en 1O M van kavel 8 mede de kavels in het zuiderlijk park No 22 en 23 toe aan Benedictus Schaeck, de Heer van Nederhorst en Pieter Hooft die het bezit onderling verdeelden zoodat kavel 23 het latere Bousigt in handen kwam van den Heer van Nederhorst Godert van Reede.
21 Februari 1646 transporteerde Jan Gerrit Bijl, “gemachtigde van Godert van Reede aan Willem Veenman, Schout tot Vreeland die ter selve stonde verklaarde dezelve cavel lants met de getimmerte van huisinge schuur en de berge daarop staende te transporteeren ende in eygendom over te geven aan ende ten behoeve van Mr. Andries Hellerius, apothecaris te Amsterdam”.

De 10 Morgen van kavel 22 die blijkens het transport in bezit zijn geweest van de schepen van ‘s-Graveland Jan van Dedden worden door de erfgenamen 29 October 1650 eveneens getransporteerd aan Mr. Andries Hellerius. Andries Hellerius treedt in 1672 als secretaris-penningmeester op van de Polder.
Bij transport van 2 Februari 1699 worden genoemde kavels opnieuw overgegeven aan Abraham van Dorssen, wiens dochter Aletta met de Schout van het dorp Jan Hagen koopman in wijnen te Amsterdam, zie transp. 10 nov 1706, Bousigt, gehuwd was. Van Dorssen overleed 18 Augustus 1700, evenwel komt de Hofstede bij testament pas 16 Augustus 1708 in handen van zijn dochter.

De hofstede wordt dan bewoond tot 1746 door de Schout Jan Hagen. Deze Jan Hagen was Officier der Burgerij en maakte tevens het ongeluk mee met de trekschuit waarbij de Heer Reael het leven liet. Bij loting 16 Januari 1749 ontving Neeltje Hagen, wed. van Abraham van Dorssen de Jonge, de hofstede met de nevenbezittingen, eene wasscherij en drie andere huisjes. Bij transportacte van 4 Mei 1754 voor de gerechte wordt de hofstede overgedragen aan Hendrik Momma, koopman op de Levant, te Amsterdam.

De familie Momma was reeds woonachtig in ‘s-Graveland. Tusschen 1723 en 1729 treffen we onder de Schepenen aan een Jan ook wel Joannes Momma. Deze Joannes Momma (1682 ‘s-Graveland 1734) was lakenbereider te ‘s-Graveland, een industrie die zich maar kort alhier heeft gehandhaafd. Hij ging 15 Mei 1707 te ‘s-Graveland in ondertrouw met de Leidsche Maria Sassele. Zijn zoon Hendrik werd alhier geboren 17 Maart 1709. Evenwel heeft laatstgenoemd later zijn laken fabrikage naar Leiden verplaatst.
Hij was gehuwd met Hillegonda Duyff en stierf te Amsterdam in 1783. Hendrik Momma heeft spoedig zijn bezit alhier verkocht. Op 2 oktober 1762 zien we als nieuwe eigenaar optreden Mr. Matthys Straalman, heer van Duist wiens levensloop we reeds bij de beschrijving van Trompenburgh hebben doen kennen.

15 November 1771 verkoopt hij de hofstede Bousigt dat een waarde van F. 11.000,- had aan Dirk van der Meulen, koopman te Amsterdam, echtgenoot van Cornelia Wetstein. In het transport van 14 Augustus 1786 dragen de comparanten Vrouwe Wetstein, Pieter van der Meulen en Mr. Jeronimus Nolthenius de hofstede Bousigt groot 22 Morgen voor F. 19.300,- over aan Mr. Gerrit Corver Hooft.
Vanaf dit moment is Gooilust en het naastliggende Bousigt in één hand blijvend vereenigd.

De hofstede werd in de dan volgende jaren verhuurd.
Eén van de bewoners was Willem Baron Six van Oterleek en diens echtgenoote Susanne Maria Cornelia van der Bruggen die beide respectievelijk in 1872 en 1868 alhier overleden en op het ‘s-Gravelandsche kerkhof begraven werden.
De Staatsraad Jhr. Johan Diederik Six woonde hier ook eenige jaren waarna de dochters Bousigt bleven bewonen tot hun dood toe.
Nadien werd het huis als boerenhofstede verpacht.