Heilust

Heilust behoort tot de groep van de verdwenen hofsteden die oorspronkelijk tusschen “Jagtlust” en “Land en Boschsigt” aan de Leeuwenlaan gelegen was.
Ter tijde van de verkaveling vormden deze gronden het meest oostelijk gelegen gedeelte, zoodat de eerste bezitters behoorden tot de familie Oetgens van Waveren.
Nicolaas van Waveren transporteerde bij de afscheiding van deze gronden op 15 Augustus 1667 ten overstaan van Jacob Bicker, Schout en Louis Elsevier en Jan Janz van Deudecom Schepenen van ‘s-Graveland “een stuck lants gelegen aen de Cortenhoeffsche Wegh gemeten door de lantmeester Arent Bastiaansez Colijn” aan Michael Huybert Paets. Het perkament met uithangend zegel van Jacob Bicker bevindt zich thans in bezit van de huidige eigenaresse.
4 November 1702 wordt de hofstede getransporteerd door de erfgenamen van Jean Binoy aan Pieter Hovius 13 gehuwd met Maria Benoy nadat 20 Juli 1702 door de Staten van Holland en West Friesland ontslag was verleend uit de band van fidei commis van de buitenplaats Heylust ten behoeve van de erfgenamen van Jean Binoy.
In 1704 transporteerde de weduwe van Pieter Hovius een gedeelte aan Abraham Houtman die nog hetzelfde jaar het bezit overdraagt aan David Craegh en de weduwe van Eduard Craegh. David Craegh heeft bij testament 4 Maart 1733 tot erfgenamen gesteld de drie kinderen van zijn overleden broeder Eduard Craegh; uit de registers der collaterale successie blijkt dat hij in 1738 is overleden.
Van de drie broeders sterft eerst Thomas en daarna Francois zoodat Nicolaas Craegh overblijft die bij testament van 1 Mei 1770 zijn executeuren vaststelt. Het volgende jaar wordt Heylust overgedragen aan Isaac Passalaigne die tevens het naburige Land en Boschsigt in bezit had. Zijn weduwe Helena Catharina Grill transporteert 4 Mei 1774 de hofstede opnieuw en wel aan Mr. Jacob de Leeuw, de eigenaar van Hilverbeek en het daartegenover liggende Spiegelrust. Mr. de Leeuw stierf 18 December 1786. De weduwe bleef Hilverbeek bewonen en wie de bewoner van Heilust was in die dagen is nimmer vastgelegd. Na haar kinderloos overlijden kwamen de bezittingen zooals we reeds bij de beschrijving van Hilverbeek gezien hebben aan Hendrik Muilman, Baanderheer van Haemstede. 21 November 1812 verkochten de erfgenamen van wijlen Hendrik Muilman de hofstede en gronden aan Dirk en Renke Suhren, timmerlieden te Hilversum die voor sloop gekocht hadden.
Het volgend jaar 5 Januari 1813 verkochten zij ’n gedeelte van de grond aan den Heer A. C. van Haeften, die sedert 1803 reeds eigenaar was geworden van het er naast gelegen Jagtlust. Zooals we verder zullen zien transporteerden de erfgenamen van Adriaan Cornelisz van Haeften Jagtlust en het gedeelte aan de scheiwal aan den Heer Teunis Helwig Backer die sedert 4 December 1820 tevens eigenaar was geworden van het perceel weiland, zijnde de gewezen hofstede Heylust.
Van Heylust is thans alleen nog over de fraaie 18e eeuwsche koepel terwijl de naam voort leeft in de aanwezigheid van het speelhuisje dat in 19?? door de zoons van Mevrouw de Douarière Six van Hillegom gebouwd is.