In de Gloriosa

Hilverbeek

Hilverbeek

Bij de uitgifte van de kavels in 1634 kwamen de kavels 13 voor de helft, 14, 15, 16 en 17 toe aan Anthony Oetgens van Waveren. Hij was de eenige der zes ondernemers die ’t trof dat alle kavels aan elkaar sloten. Kavels 13 voor de helft en 14 en 15 zouden het toekomstige Hilverbeek vormen terwijl 16 en 17 de kavels waren voor Spiegelrust. Tusschen deze twee groepen (13, 14 en 15, 16 en 17) liep van ouds de “Cortenhoeffsche Wegh”.

Anthony Oetgens geboren te Amsterdam 30 oktober 1585 maakte een
schitterende carrière in de regeering van Amsterdam. Hij huwde 8 Februari 1641 Anna Spiegel (I582-I644),de dochter van de invloedrijke Jan Laurensz Spiegel. Woonde hij nog in 1611 op de O. Z. Voorburgwal, in 1637 vonden we hem op ’t Rokin en hij liet zich in 1639 een huis bouwen op den Singel door Philips Vingbooms met 3 woningen onder een lijst met een fronton waarin zijn wapen. Hij stichtte tevens een buitenplaats en wel Spiegelrust. Na eerst Raad, Schepen en Commissaris te zijn geweest werd hij zevenmaal tot Burgemeester verkozen, later nog gecommitteerde Raad, en Gedeputeerde ter Staten-Generaal en Ambassadeur aan buitenlandsche hoven en werd hij door Keizer Ferdinand II tot H. R. Rijksridderstand verheven.
In 1624 kocht hij van het kapittel van St. Marie de Heerlijkheden van Waveren, Botshol en Ruige Wilnis. In ‘s-Graveland behoorde hij tot de eerste zes Hoofdingelanden de eigenlijke ontginners van dit dorp.
In 1642 was hij hier Schepen. Zeer bemind was hij evenwel niet en had voortdurend twist met zijn mede burgemeesters. Zijn gelaat, vol uitdrukking vormt het centrale punt van de schilderij van Thomas de Keyzer waar de vier burgemeesters van 1638 zijn afgebeeld wachtende op de komst van Maria de Medicis.

Na de hofstede Spiegelrust is spoedig de hofstede daartegenover Hilverbeek, genoemd naar een onbeteekenend beekje daar ter plaatse en tevens de hofstede Stofbergen meer Oostelijk van Hilverbeek gelegen en nadien ook Land en Boschzigt die alle in de eerste 1OO jaren door verschillende familieleden bewoond werden, zoodat de uitweiding over Anthony Oetgens en diens familie thans noodig is om de verdeeling van het familiebezit begrijpelijk te doen zijn.
We treffen dus de vader op Spiegelrust aan, de dochter Alida van Waveren op Hilverbeek. Zijn schoondochter; Deborah Bleau bewoonde Stofbergen, kleinzoons vinden we later onder de eerste eigenaren van Land en Boschzigt dat als een aparte plaats ontstond afgescheiden van Spiegelrust. Thans keeren we terug tot Alida van Waveren voor wie de hofstede Hilverbeek aan de Kortenhoefsche weg werd gesticht. Zij was te Amsterdam 18 Augustus 1616 geboren en overleed op haar hofstede in 1668. Zij huwde 28 Juli 1637 Lodewijk van Alteren, Ridder, Heer van Jaarsveld (l609-l657) zoon van Simon van Alteren en Trijntje van Ruytenbergh. Na zijn dood in 1657 bleef zij op de hofstede wonen en is aldaar 18 Augustus 1668 overleden na een uiterste wilsbeschikking gemaakt te hebben waarin zij het volgende beschrijft:

Op den sevenden dach Janu. 1668 op mijn Hooffstadt Hilverbeecq te Schravelandt:
“Soo begeere ick dat nae mijn overlijden mijn Lichaem int bestee fatsoen sal worden hier voor mijn deur in een schuyt met rou bekleet en gezet sal worden en alsoo gevoert sal worden naer Amsterdam. Ende verselt met mijn naeste en bestee vrinden ten eerste voor de deurre van de Oude Kerck ende voort soo datelijck dien selvigen dach in ’t graff van mijn Yader en moeder za. gedachte worden gezet met de minste ombragie en pompeusheyt als mijn affkomst en geslachte can leijden.”

Hun dochter Anna Catharina van Alteren erfde de hofstede. Zij werd 1668 in den echt verbonden met Dr. Daniel de Dieu, geboren te Vlissingen 10 Maart 1619, promoveerde de Dieu in 1641 te Leiden tot Doctor in de geneeskunde en huwde Elisabeth van Nieuwenhoven die hem spoedig ontviel. Zijn tweede echtgenoote de Jonkvrouwe van Alteren schonk hem twee zonen Ludovicus en Mr. Hendrik Amelis. De vader was in 1669 als Schepen van deze Gerechte gekozen en werd in 1679 Hoofdingeland en overleed in Amsterdam 14 October 1692, waarna Mevrouw de Dieu nog tot 1722 Hilverbeek bleef bewonen.

Mr. Hendrik Amelis, aldus genaamd naar Amelie, Prinses van Oranje, was Advocaat voor de Hove van Holland en stierf ongehuwd te Amsterdam in 1719 en was zijn vader als Hoofdingeland opgevolgd. Evenals zijn vader was hij Hoofdingeland-Kerkmeester. De andere zoon Ludovicus treffen we nader aan als bewoner van Stofbergen. Na het overlijden van Mevrouw de Dieu werd Hilverbeek 18 April 1724 getransporteerd voor F. 20.800,- aan Mr. Hendrik Bicker die kortweg als de fiscaal Bicker bekend staat en die den 30ste Juli 1682 geboren was als zoon van Mr. Hendrik en Maria Schaep. Behalve Raad, Schepen en Burgemeester te zijn geweest was hij advocaat fiscaal der Admiraliteit van Amsterdam. Hilverbeek was ten tijde van deze verkoop ten zuiden belend door Anthony Oetgens van Waveren, ten noorden door Mevrouw van Thye, Vrouwe van Opmeer en ten oosten door Dr. Ludovicus de Dieu. In ‘s-Graveland was Bicker in 1712 tot Schepen verkozen in 1719 tot Hoofdingeland en zag zich in 1731 tot Dijkgraaf benoemd hetgeen hij tot zijn dood was.
Na Meesterknaap te zijn geweest werd hij Luitenant-Houtvester van Gooiland. Zijn eerste huwelijk met Geertruid Eyghels bleef kinderloos en hij huwde 31 Maart 1723 met Catharina Cornelia Backer (1688-1758) dochter van de Hoofdschout, die hem een eenige zoon schonk. Bicker was eigenaar van het huis “Aan ’t Princenhof” op de Fluweelenburgwal waar hij 16 Februari 1738 stierf aan een beroerte.
Bicker Raye vertelt in zijn dagboek “dat hij een seerswaarlijvig man was want hij woeg over de 400 pont”. De zoon uit het tweede huwelijk was 1724 geboren en stierf ongehuwd den 16en Mei 1745 aan de kinderpokken. Hij was secretaris van Amsterdam en was zijn vader in ‘s-Graveland als Hoofdingeland en Schepen opgevolgd. Hij “stont eerdaags te trouwen met de jongste dochter van den Hoog Edl. Groot Agtb. Heer Mr. Jan Sautijn, regerent Burgemeester dezer Stadt, sodat dit sterfgeval rontom een seer swaar en droevig verlies is” verhaalt de geschiedschrijver.

In Amsterdam woonde de jonge Hendrik in het huis van zijn stiefvader Mr. Willem Munter die te ‘s-Graveland den 26ste Mei I739 gehuwd was met zijn moeder de weduwe Bicker geboren Backer.
Burgemeester Munter die tienmaal tot deze waardigheid is verkozen geworden woonde op de Keizersgracht bij de Wolvenstraat en na zijn huwelijk ’s zomers op Hilverbeek waarvan zijn tweede vrouw het vruchtgebruik had. Een zijner kinderen uit zijn eerste huwelijk Maria Johanna Munter trouwde te ‘s-Graveland 5 oktober 1747 met Frederik Christoffel Willem Lodewijk Graaf van Bylandt. Toen Mevrouw Munter in I758 kwam te overlijden besloten de erfgenamen van Mr. Hendrik Bicker en Catharina Cornelia Backer de hofstede te verkoopen. Het transport had 4 December van dat jaar plaats waarin Stofbergen niet was begrepen. Hilverbeek was 50 M. groot en was belend ten zuiden door Jan du Bois (Spiegelrust) en ten noorden door Hendrik Nicolaas Sautijn (Z. Wolfsbergen). De koopprijs was niet onaanzienlijk en wel F. 44.000,- Hieruit blijkt dat we niet met een eenvoudige hofstede van eertjjds te doen hebben maar dat ten tijde van die transactie het huidige huis reeds bestond.
Naar alle waarschijnlijkheid heeft de fiscaal Bicker die in 1724 de plaats voor F. 20.000,- had gekocht het tegenwoordige huis doen bouwen hetgeen ook naar stijl uit de eerste helft der 18e eeuw dateert. Voordat we met de nieuwe eigenaar verder gaan en wel Mr. Jacob de Leeuw doet zich hier een gelegenheid voor om over de bouwstijl van het monumentale huis iets naders te vertellen.

De tegenwoordige gedaante is aanzienlijk veranderd vergeleken bij voorheen. Aan de achterzijde heeft omstreeks 1860 een belangrijke verbouwing plaats gehad. De groote zaal is toen uitgebouwd met een soort erkerachtige uitbouw in welks midden men een ingang heeft gemaakt. Deze uitbouw is ook opgetrokken tot de eerste en tweede verdieping waardoor de kroonlijst en dak onderbroken werd. Dezelfde uitbouw heeft aan linker en rechter zijde eveneens plaats gehad doch gelukkigerwijze werd het dak hierin niet betrokken.

Denken we even aan het huis zonder deze uitbouwsels dan vertoont het zich als een huis uit de helft der 18e eeuw. Dit is ook in overeenstemming met de verschillende consoles die de kroonlijst schragen en hunne dateering in de Rococo tijd vinden. De hoekstijlen zijn onderbroken pilasters. Het dak is schuin toeloopend en afgeplat met vier schoorsteenen op de hoeken. De kroonlijst is verhoogd waarin de vensters van de zolderverdieping hunne plaats vinden. Van de achterzijde en op zij zijn de vensters van kleine ruiten voorzien. Boven het balkon aan de Vijverzijde zijn de wapens aangebracht van het echtpaar de Leeuw-Meulenaar. Aan de voorzijde hangen de wapens van de families Six en d’Ablaing van Giessenburg welks huwelijk in 1860 plaats vondt.
Een moderne ingang aan de zijkant is in de laatste decennia aangebracht. Be-treden we het huis aan de achterzijde dan staan we direct in een groote ruime zaal die aan weerszijden toegang geeft tot twee kamers. Groote deuren voeren de bezoeker naar de hall en het trappenhuis. Tegenover de zaal ligt dan de voorzijde een smal zaaltje voorzien van fraaie vroeg 18e eeuwsche stuc werken. Beiderzjjds bevinden zich twee ruimere kamers die elk met twee hooge vensters op de Leeuwenlaan uitzien.

Mr. Jacob de Leeuw op 20 juli 1754 verleid met de Ridderhofstad Schalkwijk trouwde in Mei 1778 de dochter van Dionysius Meulenaar en Barbara Cornelia Fabricius, Jacoba Arendina Meulenaar. Dionysius weduwnaar van Wilhelmina Hillegonda Muilman, was groothandelaar in ltaliaansche zijde en handelde eerst onder de naam van Muilman en Meulenaar en sinds 1727 onder de firma van Dionysius Meulenaar en Co. Na het overlijden van Mr. Jacob de Leeuw die sinds 1759 Hoofdingeland was en in 1775 Mr. Salomon Dedel was opgevolgd als Djjkgraaf van de Polder ‘s-Graveland, bleef Mevrouw de Weduwe de Leeuw Hilverbeek bewonen en stierf er in 1806.
Ondertusschen was zij tevens eigenaresse van Heilust dat bjj haar dood eveneens aan Hendrik Muilman kwam. Behalve Hilverbeek, Stofbergen en Heilust was zij ook erfgename van Spiegelrust dat Mr. de Leeuw in 1761 had aangekocht.

Voordat we verder gaan met de geschiedenis van Hilverbeek willen we eerst nog eenige woorden wijden aan de laan die het dorp met de ‘s-Gravelandsche weg te Hilversum verbindt. Oudtijds heette deze weg de “Cortenhoeffsche Wegh” en was reeds voor de ontginning van ‘s-Graveland een onderdeel van de doodweg van Kortenhoef op Laren. Blijkens het transport van Heilust d.d. 4 November 1702 heette deze laan nog als bovengenoemd. In de transportacte van 6 September 1771 wordt gesproken van Oetgenslaan, genaamd naar de familie Oetgens van Waveren, die de gronden ter weerszijden lang in eigendom heeft gehad, totdat in het extract van scheiding der nalatenschap van Vrouwe J. A. Meulenaar Wed. Mr. Jacob de Leeuw voor het eerst van Leeuwenlaan gesproken wordt welks spraakgebruik tot heden is blijven bestaan. Het echtpaar de Leeuw was kinderloos gebleven en bij de boedelscheiding kwamen de bezittingen aan de familie Muilman, die vermaagschapt was met de familie Meulenaar. De erfgenaam Hendrik Muilman (die zijn eerste echtgenoote Susanne Hartsinck in het kraambed moest verliezen. Zij was bevallen van een tweeling. Over dit feit teekent Bicker Raye aan:”sij was een uytmuntent schoon mens en nog maar 16 a 18 jaren oudt” (hetgeen niet met de data klopt). Haar man en vader hebbe van droefheyt niet meede bij de begraafnis kunnen assisteeren”.

Hendrik Muilman was ten tweede male gehuwd met Susanne Cornelia Mogge, Baandervrouwe van Haemstede, Vrouwe van Koukekerke en Welland 1776. Hij was in 18O0 reeds overleden, vandaar dat Mevrouw Mogge van Haemstede ook voorkomt op de lijst van eigenaars en bewoners van de hofsteden te ‘s-Graveland. De erfgenamen hebben de hofsteden niet bewoond en verkochten het heele bezit.
Hilverbeek met Stofbergen en Spiegelrust kwamen in handen van Jhr. Mr. Hendrik Six, heer van Hillegom die in 1822 huwde met Lucretia Johanna Vall; Winter, een zuster van Mevrouw van Loon die Schaep en Burgh bewoonde, terwjjl Heilust voor sloop werd gekocht door eenige timmerlieden te Hilversum.
Spiegelrust werd destijds korten tijd bewoond door de ouders van Mevrouw Six-van Winter, daarna werd het huis voor afbraak verkocht. De affiche die dit vermeldt bevindt zich in het Rijksarchief te Haarlem. De volgende eigenaar, zoon van de voorgaande was Jhr. Pieter Hendrik Six, heer van Vromade.

Jhr. Six huwde 16 februari 1860 te Leersum Henriette Louise Elisabeth Baronesse d’Ablaing van Giessenburg die 9 april 1872 op huize Hilverbeek overleed. Na de verbouwing brachtten zij hunne wapens aan in het fronton aan de voorgevel. Vier van hunne vijf kinderen zagen in ‘s-Graveland voor het eerst het levenslicht. Bij het overlijden van Jhr. Six in I905 erfde de oudste Jhr. Jan Willem Six het buiten met de annexe landerijen en de boerderij Stofbergen.
Daar Jhr. Six veel buitenlands was werd het huis verhuurd en in 1932 voor verder verval gespaard en verkocht aan de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland onder wier leiding de geheele buitenplaats een betere tijd tegemoet ging.
Thans wordt Hilverbeek bewoond door de familie Frowein en is het een lust voor het oog wanneer men vanaf de Leeuwenlaan het statige huis ziet liggen.