Aantekeningen |
- Elbert werd op 11 oktober 1731 begraven in de hervormde kerk te Kortenhoef. Zijn grafsteenis niet meer terug te vinden omdat bij restauratie van de ker (van 1964 tot 1974) de architect nogal onzorgvuldig met de grafstenen is omgesprongen. Na de restauratie bleken er grafstenen verdwenen en andere waren deels afgehakt om de vloer passend te krijgen.Er is wel een grafsteen van een Elbert Moij doch hierop staat de datun 1723 vermeld.Bij de restauratie stuite men overigens ok op een grafkelder van de fam. Mooij. Van diverse zijden is verzocht om hier archeologisch onderzoek te mogen doen doch dit werd door de architeckt steeds geweigerd.De grafkelder is thans bedekt onder een laag beton van enkele decimeters. Er is nog een foto van de grafkelder gepubliceerd in een uitgegeven boekje over de restauratie. In de kerk is een memoriebord waarin de schoolmeester J. Roos een grafdicht voor Elbert Mooij heeft geschreven.
"Alhier in de kerk rust Elbert Mooys gebeente
"Dewelke hier als schout regeerde dees gemeente
"Hoogheemraad bovendien en daarbij secretaris
"En door het Stigtse Land een openbaar notaris
"Baljuw tot Loene en Geheim schrijver aldaar
"Ses ampte sijn door hem alleen genoome waar
"Dewelke hij ook heeft vertrouwelijk volbragt
"Alzoo het nageslagt daardoor mag sijn geagt Verder is in de kerk de oude regentenbank aanwezig. Deze werd in 1773 gemaakt en kwam in het bezit van de familie Mooij. In 1785 werd hij door Elbert Mooij ( ghetrouwd met Antonia van de broeck) verkocht aan de broer van de echtgenote, Piet van de Broeck. De bank is daarna tot 1973 in het bezit gebleven van de familie van de Broeck waarna zij aan de kerk werd overgedragen.
Pieter is later bij Utrecht gaan wonen'buiten de waard'. In 1759 liet hij-ziek zijnde-zijn testament maken.Hij woonde toen in bij de weduwe van zijn broet Jacob, Dirkje Dirks Scheepmaker. Hij werd dus niet dor de hele famile uitgestoten.
Opvallend is dat Ariaantje Mooij in het testamant niet wordt genoemd en ook niet in andere stukken teruggevonden is.Waarschijnlijk is zij op jonge leeftijd overleden. Wijnand werd scheepsbouwer. Aanvankelijk woonde hij in Loosdrecht, later in 's-Graveland. Elbert Pietersz Mooij maakte al op jonge leeftijd carri?re. vermeld staat dat hij reeds in 1691 notaris was van het Stichtse land. In het archief van het hof van Utrecht staat bij de 'tafel van acten en commissien ende instructien etc.'vermeld dat op 30 juni 1691 er admissie was van E.Mooij tot notaris.
Elbert werd door Catharina Heeremans, die voor 1712 Ambachtsvrouwe van Kortenhoef was, benoemd tot schout en heemraad. Daarnaast was hij tevens baljuw tot Loene, geheimschrijver,gadermeester en provisionele waarsman.
Een gadermeester was een inner van belastingen. Een baljuw is te vergelijken met een hedendaagse rechter. Een geheimschrijver was vermoedelijk een notaris.Deze kregen ( uiteraard) nogal wat vertrouwelijke ( geheime) opdrachten. Elbert was in ieder geval notaris. Onder de benaming geheimschrijver wordt ook wel een vertrouwenspersoon genoemd die voor de adel de berichten die per bode werden bezorgd moest (de)coderen. Of dit inderdaad zo is en of Elbert een dergelijke rol speelde is niet bekend. Wel was hij een voornaam persoon met een eigen wapen. Het wapen dat hij gebruikte was een verheven gouden klaverblad op een blauw schild, beneden vegezeld van twee afgewende wassenaars. Het wapen is nog te zien in de bestuurskamer van het gemeentehuis te Diemen..
Elbert bezat een behoorlijke hoeveelheid grond. In 1729 liet hij zijn testament maken waarin hij naast het huis en de moestuin 16 morgen land naliet. Een morgen was ongeveer 4/5 hectare ( de hoeveelheid grond die men in een morgen kon ploegen), zestien morgen is dus ongeveer 13 hectare.
De relatie van hun zoon Pieter met Elisabeth moet een klap geweest zijn voor Elbert die niet alleen maatschappelijk een vorbeeldfunctie had maar ook in de kerk actief was.Een tiental jaren daarvoor was hij gekozen tot ouderling.
Op 25 juni 1720 lieten Elbert en Aletta hub testament veranderen die voor een belangrijk gedeelte bestond uit het nemen van maatregelen tegen Pieter. Zij konden Pieter zijm wettig erfdeel niet ontzeggen, doch wel werden er zoveel mogelijk beperkende maatregelen genomen,, onder andere ook tegen de onwettige kinderen: Ende in opzigte van het laatse darde part
hebben zij testateuren haren zoon Pieter Elbertsz Mooij geinstitueert, in de naekte en blote ligitime portie, heur na scherpheit ven regten, in de goederen van zijn ouderscompeterende, met begeerte dat hem daarinne geinputeert, en aengerekend sal worden, alle het geene hij zedert sijne meerderjarigheid genoten sal hebben, of dat hij bevonden aan den boedel schuldigh te zijn ende in het overige van de laestgemelte dardepart daerin verclaren zij testateuren tot haare erfgenamen te benoemen en stellen, de kind of kinderen welken harer zoon Pieter Elbertsz Moij in wettigh huwelick mog komen te teelen, en metterdood nagelaten, in gelijcke delen, met uitsluiting van alle andere onwetigh geboorne.
Het kindsdeel waar Pieter recht op had werd hem ook niet zomaar uitgekeerd. Hij kreeg deze in een jaarlijkse uitkering. Mogelijk had Pieter tevens schulden gemaakt en trachte Elbert het kindsdeel uit handen van schuleisers te houden'....onder conditie nogthans dat Pieters Elbertsz Mooij zijn levenlang gedurende, aan het overige van 't vors, darde part, tot sijn onderhoud en gebruijk sal hebben en genieten de vrugten, inkomsten en renten van dien, welcke hem jaarlijks sullen werden voldaen, of tot zijn levensonderhoud betaalt, door de natenoemen voogden, executeurs of administrateurs, sonder dat eenige van sijne crediteuren, uijt wat hoofde die eenige actie te zijnen laste mogten hebben, daerop of aen eenighe arrest of becommeringen sullen mogen doen, veel min daeraen eenighe executie dirigeren alle 't selve uijtdruckel. Verbiedende bij desen, als alle 't selve tot sijne nodige alimentatie en onderhoudende maken.
|