Aantekeningen |
- Van Mierlaer is een uitgestorven adellijk geslacht in het huidige Meerlo in Noord-Limburg. De naam kent onder meer de volgende andere schrijfwijzen: Van Mirlaer, Mirlair, Myrlaer, Myerlaer, Mijrlaer, Myrlar, Mierlaar, Mierlar. Bij zorgvuldige bestudering van de vele aktes kunnen we vaststellen dat de Heren van Mierlaer hun naam zelf meestal schreven als "van Mierlaer".
De enige dochter uit het huwelijk van Johan van Mirlaer, heer van Millendonck en Bela van Merode, trouwde rond 1400 met Rutger van Alpen, heer van Garsdorf.
Een kasteel, gelegen bij de stad Bedburg (Gulik). Doordat haar oudste broer heer van Millendonck werd, kon Lutgarda een klein aantal goederen of een som geld uit
de ouderlijke erfenis verwachten. Met zekerheid kan men vaststellen dat Lutgarda het goed Bleyenbeek ge?rfd heeft, mogelijk zelfs als bruidschat meekreeg. De belangen van Rutger van Alpen, heer van Garsdorf en Lutgarda van Mirlaer lagen niettemin buiten Afferden, gezien de ligging en de omvang van hun goederencomplex.
Hierom zagen zij waarschijnlijk in 1405 af van het bezit van 'guet en hof Blienbeke'.16 Zij ruilden dit goed met Wynand Schenck van Nydeggen voor jaarlijkse inkomsten uit de grote tienden van Afferden, welke Wynand als manie?n bezat van de aartsbisschop van Keulen. Kort hierna diende Wynand een verzoek in bij de Keulse bisschop, om toestemming voor deze ruil te verkrijgen. De bisschop ging er wel mee akkoord, maar waarschijnlijk onder bepaalde specifieke voorwaarden. Wellicht is dit reden waarom Wynand op 29 oktober 1407 zijn inmiddels uitgegroeide 'burchhuys ind hoff tzo Blidebeke' als leengoed opdraagt aan de Keulse bisschop. Tevens blijkt uit deze oorkonde dat Rutger van Alpen en Lutgarda het goed Bleyenbeek slechts geruild hebben tegen 'vonfindtzwentzichpar vruchte vyss (uit) dem tzienden tzo Afferden . Na de dood van Rutger van Alpen (overledenna 6 februari 1409) hertrouwde Lutgarda van Mirlaer
v??r 16 juni 1412 met Willem van Wevelinghoven, onder andere heer van Grebben (Grubbenvorst). Op laatstgenoemde datum kwamen de erfgenamen van Rutger van Alpen tot een akkoord; Lutgarda kreeg haar leven lang het vruchtgebruik van de Garsdorfse goederen van haar zwager Gumprecht van Alpen, voogd van Keulen toegezegd. Deze goederen zouden nadien terechtkomen bij haar neef Gumprecht van Neuenahr, die deze dan ook op 2 februari 1418 ontving. Hieruit blijkt dat Lutgarda van Mirlaer v??r 2 februari 1418 overleden moet zijn. In ieder geval na haar vermelding in een oorkonde van 25 maart 1417. Kennelijk zijn beide huwelijken van Lutgarda kinderloos gebleven. Immers, haar broer Johan van van Mirlaer, heer van Millendonck, verkocht op 7 maart 1426 de jaarlijkse inkomsten uit de tienden van Afferden aan Dirk Schenck van Nydeggen. Hierbij verklaarde Johan uitdrukkelijk dat hij deze inkomsten bestaande uit 25 malder rogge en 25 malder even (slechte haver) van zijn zus Lutgarda ge?rfd had. Deze verkoop betekende het verdwijnen van de familie Van Mirlaer uit de heerlijkheid Afferden. Omdat het bronnenmateriaal ons zowel de stichter als de
bouwjaren nog niet prijs heeft gegeven, blijven er toch nog een aantal onbeantwoorde vragen zoals: waren de Van Mirlaers de stichters van het goed Bleyenbeek of was het soms gebouwd ten tijde van de ontginningsperiode rond het jaar 1340? Het zijn vragen waarop het antwoord wellicht nooit meer zal zijn te achterhalen.
|