Nieuwenhoek
Onder Nieuwenhoek werd van ouds verstaan het land ten zuiden van de Gooische of Hilversumsche Vaart.
Thans heet het oostelijk gelegen gedeelte hiervan Nieuwenoord. Oorspronkelijk waren dit de laatste kavels No 26 en 27 die met eenige andere toegevallen waren aan Reinier Pauw, Raadsheer in de Hooge Raad van Holland. Hij was een der eerste Hoofdingelanden van ‘s-Graveland; hij stierf 19 Febr. 1636. Hij was een zeer ondernemend man, en ook één der eerste Bewindhebbers der O. I. C.
Te Amsterdam was hij vele malen tot Burgemeester verkozen. Uit zijn huwelijk met Cornelia Michielsdr. de Lange stamden o.a. 2 zoons die we nog als hoofdingelanden tegenkomen. Ao 1639 werd in plaats van Reinier Pauw tot hoofdingeland gekozen zijn zoon Dr. Adriaan Pauw. Hij zal dus de volgende eigenaar geweest zijn van Nieuwenhoek. Hij maakte een voortreffelijke carrière. Na zijn Amsterdamsche tijd, hij was Pensionaris van Amsterdam, werd hij Rekenmeester, later Resideerende Raad der Domeinen van Holland en West Friesland, Raad pensionaris en Grootzegelbewaarder later Gezant en Ambassadeur aan verschillende buitenlandsche hoven. Voor zijn overlijden in ‘s-Gravenhage 1652 was Nieuwenhoek in 1652 overgegaan aan zijn broeder Dr. Reynier Pauw die in dat jaar tot Hoofdingeland was gekozen. Dr. Pauw, heer van ter Horst was Raadsheer, daarna President van de Hooge Raad van Holland, Zeeland en West Friesland, huwde ten tweede male Christina van Ruytenburgh, Vrouwe van Ter Horst. Hij stierf te ‘s-Hage 20 Januari 1676. Reeds in 1658 had hij het ‘s-Gravelandsche bezit overgedaan aan zijn neef Mr. Adriaan Pauw, heer van Bennebroek en zoon van Dr. Adriaen Pauw.
Ook deze Pauw was Raadsheer en later President van de Hooge Raad en bewoonde ‘s-zomers Het Huis te Bennebroek. Tevens was hij Hoofdingeland alhier. In 1679 treffen we nog een familielid aan dat tot Hoofdingeland werd verkozen, mogelijk dezelfde Mr. Adriaan Pauw, die opnieuw verkozen werd als zoodanig.
Nieuwenhoek bleef nog in bezit van de familie Pauw tot 1720, toen de familie Roeters eigenaar werd.
Jacob Roeters reeds eerder besproken als eigenaar van Trompenburgh, hield de hofstede Nieuwenhoek in handen tot 1744. Na het sterven van Jacob Roeters de Jonge treedt op 29 November 1788 David van Lennep als gemachtigde op voor zijn eigen deel tevens voor Jacob Roeters van Lennep en Perina van Lennep, weduwe van Gerrit Coster en transporteerde de hofstede aan Mr. Willem Constantijn Scholl die de hofstede bewoond heeft tot 1805, want op 8 Juni van dat jaar treden als nieuwe eigenaars op Rijk Jacobse Das te Hilversum Arij van Royen de bekende Schout en Anthony van de Koppel te ‘s-Graveland, die in deze deflatie tijd voor F. 12.800,- eigenaars worden en het volgend jaar op 3 Maart hun bezit verdeelden.
Rijk Jacobse Das krijgt het meest oostelijke gedeelte terwijl Anthony van de Koppel zich de hofstede toegewezen zag die daarna voor afbraak verkocht is terwijl Arij van Royen een gedeelte land kreeg. Hiermee was het bestaan van Nieuwenhoek als hofstede geëindigd en werd Nieuwenhoek als weiland benut.
In de nieuwere tijd ontstond hier een industrie en wel de kininefabriek “Argasari”, die na de laatste oorlog gesloopt werd.