In de Gloriosa

Noord-Wolfsbergen of Westerveld

Noord-Wolfsbergen of Westerveld

Bij de beschrijving van deze hofstede deden zich veel moeilijkheden voor, daar van de eerste stichting van een huis of hofstede weinig te vinden is. Eigendomspapieren zijn er niet meer uit de eerste tijd, wel uit de 19e eeuw. De eerste eigenaren heb ik uit de wederzijdsche belendingen moeten opmaken. Bij de verkaveling in 1634 was het toekomstige Noord-Wolfsbergen kavel No 11 en was toegevallen aan Reinier Pauw die eveneens kavel No 12 en 10 M uit kavel No 13 in bezit kreeg. Op deze plaats is waarschijnlijk geen bosch aangelegd en is in de eerste tientallen jaren gebruikt als Boerenplaats.

Tegen 1690 wordt N-Wolfsbergen in bezit gevonden van Gerrit Annes de Boer, schepen van ‘s-Graveland. Hij komt ook voor op de kaart van 1710 als bezitter. Evenwel in 1729 blijkt hij overleden; 9 Mei 1730 volgt het transport. Zijn opvolger is Mr. Abraham Alewijn de Jonge, geboren 14 Februari 1707. Hij was Raadsheer in den Hooge Raad van Holland. Zeeland en West-Friesland.
In 1731 ingeland en schepen van ‘s-Graveland geworden, was hij van 1738 tot 1750 Hoofdingeland. Hij huwde ten eerste male in 1727 Magdalena Wilhelmina de Vicq, dochter van Mr Nicolaas de Vicq en na haar overlijden in 1729 Jacoba Anna van Hoorn. Bij transport van 17 Januari 1750 ging de hofstede over in handen van Willem Boomhouwer. Hij teekent als Schepen van ‘s-Graveland in 1751 Wilhelm Boomhouwer. Zijn erfgenaam was Matthijs Jacob Boomhouwer, die in 10 Mei 1765 de hofstede cum annexis transporteert aan Philip Frederik Barth voor de somma van F. 14.775,-.
Barth was gehuwd met Vrouwe Helena Wijva Oterlijk en overleed vroegtijdig, waarna zij de hofstede Noord-Wolfsbergen bleef bewonen. Evenwel hertrouwde zij te ‘s-Graveland den 24ste October 1773 met Caspar Zorn, die geheel buiten het kader valt van de Amsterdamsche patriciers van die dagen. In 1787 was Zorn, geboren Ulm 1728, Hof en Commercie Raad van de Keurvorst van Brandenburg.

In 1808 benoemde zij als executeuren Hendrik Willem Kuhn, Joan Gerard Kruimel en Mr. Nicolaas Sinderam, die na haar overlijden op 29 maart 1813 de hofstede N. Wolfsbergen verkochten aan Dirk Hoogbruin. De algemeene ommekeer ten tijde van de Fransche overheersching liet zich ook hier merken. Hoogbruin was de vroegere maitre d’hotel op Schaep en Burgh ten tijde van Isaac Hodshon. In 1816 had Hoogbruin tevens Zuid-Wolfsbergen aangekocht en stichtte op deze plaatsen een kostschool en maakte van Zuid-Wolfsbergen een Pension dat een voorname klank in die dagen verkreeg. Hoogbruin was gehuwd met Alijda Haverman en bewoonde de hofstede Zuid-Wolfsbergen. Na het overlijden van zijn echtgenoote verkochtten hij en zijn kinderen het bezit. Op 30 Augustus 1845 werd aan notaris Albertus Perk last gegeven de onroerende goederen publiek te veilen. De lastgevers waren de volgende:

  1. Arend van Eijken te Naarden, gemachtigde van Dirk Hoogbruin, thans als grossier bekend wonende op de hofstede Zuid-Wolfsbergen;
  2. Alijda Henrietta Wilhelmina Hoogbruin, weduwe van Nicolaas Wesselhuis wonende eveneens op Z. Wolfsbergen;
  3. Theodorus Franciscus Challa, gemachtigde van Abraham Willem Hoogbruin opperwachtmeester der Huzaren op Java;
  4. Albert Carolien Loth-Hoogbruin wonende aan de Klapbrug alhier en tevens gemachtigde voor Dirk Alexander Hoogbruin, medicinae doctor;
  5. Mr. Nicolaas Egbert Zegers Veeckens als gemachtigde voor zijn echtgenoote Johanna Carolina Toinetta Hoogbruin;

Het oostelijk gelegen gedeelte van Noord- en Zuid-Wolfsbergen werd gekocht door Nicolaas de Wilde, timmerman op ‘s-Graveland en Wouter Dompselaar, timmerman te Hilversum, die op 3 Januari 1846 deze gronden verkoopen aan Jhr. Mr. Hendrik Six.
Tusschen de jaren 1846 en 1852 zijn de oude hofsteden N. en Z. Wolfsbergen verdwenen en ontstond het 19e eeuwsche huis N. Wolfsbergen of zooals het heette bij de komst van Quirijn Blaauw, Westerveld, waartoe alleen het westelijk gelegen deel aan den voorweg of dorpsweg behoorde. Het Heerenhuis en stalgebouwen zijn gebouwd door Quirijn Blaauw. Blijkens een eerste steen die zich in het stalgebouw bevondt is deze laatste 7 Februari 1846 gebouwd. Terwijl de vergrooting met de manswoning anno 7 Juli 1874 geschiedde bij welke gelegenheid Anna Maria Blaauw de eerste steen gelegd heeft.

De landerijen achter Westerveld bleven aan Jhr. Jan Pieter en Jhr. Pieter Hendrik Six als erven van Jhr. H. Six, die 3 Januari 1852 dit bezit verkochten aan Frederic van der Oudermeulen, terwijl het boschcomplex achter de voormalige hofstede Zuid-Wolfsbergen aan de verkopers bleef. Het huis Westerveld ontving zijn naam naar aanleiding van het gelijknamige buiten “Westerveld” onder Velsen dat eertijds bewoond was door de familie Blaauw. Van het buiten in Kennemerland zijn nog een paar sepia teekeningen bekend, thans in bezit van de Douarière Barchman Wuytiers-Blaauw, die vele jaren op Gooilust hebben gehangen. Quirijn Blaauw stierf 29 December 1884 te Wiesbaden. Slechts enkele jaren tevoren was hij inwoner van ‘s-Graveland (April 1882) geworden. Westerveld werd nadien bewoond door zijn zoon Frans Ernst Blaauw, de stichter van het eenmaal zoo vermaarde dierenpark Gooilust en die in 1890 huwde met Jonkvrouwe Louise Digna Six. Zij bewoonden tot 1895 Westerveld. Thans herinneren nog vele exotische boomen o.a. de ginko’s aan het werk van Blaauw dat hij begon op Westerveld en voortzette na de verhuizing op Gooilust. De volgende eigenaar was Willem Albert van Veen, die slechts een zeer korte tijd van 14 Maart tot 28 October 1902 inwoner van ‘s-Graveland was. Om en nabij 1902-03 werd Westerveld opnieuw verkocht aan Johan Pieter Willem Schuurman. De Heer en Mevrouw Schuurman-Gentis vestigden zich 28 Januari 1903 binnen deze gemeente en verbleven hier tot 1909 toen op 30 Maart Louis Anne Labouchère de buitenplaats kocht, en zich hier vestigde.

Nadat in 1916 zijn moeder, die Bantam bewoonde overleden was viel in 1919 de laatstgenoemde plaats bij de boedelscheiding aan hem toe zoodat hij en zijn gezin 28 mei 1920 ‘s-Graveland verlieten en naar Bantam trokken. In deze jaren is Westerveld aanzienlijk vergroot. Labouchère verkocht in 1920 de buitenplaats aan Mevrouw Christine Vinkhuyzen geboren Jkvr. van Lennep. Zij leefde gescheiden van haar echtgenoot Dr. Cornelis Vinkhuyzen, arts te Malang die in 1937 te Nice overleed. In 1926 veranderde Westerveld opnieuw van eigenaar. De Heer en Mevrouw Vermey-Dinger namen er hun intrek en bewoonden thans nog de buitenplaats, die uitmunt in de fraaie aanleg van het park.
De Gemeente ‘s-Graveland kocht de buitenplaats in het najaar 1946. Na eenige verbouwing werd een gedeelte verhuurd aan de schrijver dezes (1-4-1947) tot juli 1951 daarna werd het huis officieel Gemeentehuis.
De naam Vinkhuyzen leeft nog voort in de naam Pulveris Vinkhuyzen (asperin phenacetin caffeine) voorloper van de bekende 3 poeders witte kruis poeder, na leringe wijzigen chefarine.