In de Gloriosa

Spanderswoud

Spanderswoud

Bij de oorspronkelijke verdeeling in 1634 vielen de kavels 8 voor de helft 9 en 10 in handen van Dr. Andries Bicker. Een magistraat bij uitnemendheid, klom hij snel op in de stedelijke regeering van Amsterdam. Achtereenvolgens was hij Raad, Schepen Commissaris en werd hij vele malen tot Burgemeester benoem. Hij was één der zes ontginners van ‘s-Graveland en was in 1634 Hoofdingeland en in 1638 Schepen van deze Gerechte. Getrouwd met Trijn Jansd. Tengnagel was hij de stichter van Spanderswoud, dat hij bij zijn dood in 1652 schonk aan zijn dochter Cornelia Bicker.
Zij huwde in 1656 Joachim Irgens. Joachim Irgens, heer van Westerwijgh, Harsleben en Noorlanden, was in 1614 te Itzeboe geboren en Bankier van den Deenschen Koning. Bij zijn huwelijk den 1Oen December 1656 kwam de hofstede Spanderswoud mede aan hem.

Van 1662 tot ’75 was hij hoofdingeland. Na zijn overlijden bleef zijn weduwe in Kopenhagen wonen en werd de hofstede 5 Februari 1678 voor F. 34.800,- verkocht aan Mevrouw de Weduwe Jean Deutz, de ondernemende vrouw, die haar echtgenoot Jean Deutz in zaken in 1674 was opgevolgd. Deutz was behalve Bankier, eigenaar van het monopolie van den kwikzilver verkoop, waarmee in die dagen schatten werden verdiend. Hij droeg de titel van Keizerlijk Factoor van ’t kwikzilver te Amsterdam.
Mevrouw Deutz-Bicker was de dochter van Dr. Jan Bicker en Agneta de Graaff en werd in 1674 voor een vermogen aangeslagen van F. 360.000,-. Zij stierf op kasteel Assumburg den 7en Januari 1702. Haar dochter Isabella bleef Spanderswoud bewonen en was inmiddels in 1680 gehuwd met Diederik Hoeufft, heer van Fontaine Péreuse en Reygersvoort.

Hoeufft was te Dordrecht in 1648 geboren en Ritmeester der Cavalerie, Kanunnik ten Dom te Utrecht en bewindhebber van O. Indische Compagnie. Blijkens de benoeming in 1686 tot Hoofdingeland is hij spoedig na zijn huwelijk eigenaar van de hofstede geworden. In 1719 is Hoeufft overleden en is de hofstede enkele jaren in bezit geweest van Balthasar Ringenberg, die op 8 September 1723 voor F. 11.000,- de hofstede transporteerde aan Daniel Raphoen. Waarschijnlijk waren beide laatstgenoemden makelaars of kooplieden te Amsterdam. De hofstede met de onmiddellijke grond er om heen was slechts hun eigendom geworden.

De landerijen er om heen waren in bezit gebleven van de familie Deutz en stonden ten name van Willem Gideon Deutz, die in 1720 tot Hoofdingeland was verkozen. Willem Gideon was lid van de firma Jean Deutz, een vermogend importeur van West-Indische suiker en bewoner en eigenaar van de “Eult” onder Baarn. Geboren in 1697 stierf hij ongehuwd in 1757.

Daniel Raphoen transporteerde op 26 April 1732 de hofstede voor F. 14.000,- aan Mr. René de Vicq (1683-1737) die te Amsterdam op de Heerengracht bij de Huidenstraat woonde en in 1720 gehuwd was met
Maria Jacoba van Goor. In zijn geboortestad was hij in 1707
Secretaris geworden en sedert 1717 Schout en in ‘s-Graveland na eerst ingeland te zijn geweest, werd hij in 1733 opvolger van Willen Gideon Deutz in de Polder en tevens in dat jaar tot Schepen benoemd. Lang plezier had de Vicq niet van zijn plaats. In 1737 overleed hij, terwijl het volgende jaar op 2 Augustus door de weesmeesteren der onmondige kinderen de hofstede werd verkocht voor F. 14.500,- aan Mr. n Wolters (1683-1757).

In de transportacte wordt nog niet van Spanderswoud gesproken, alleen van een zekere hofstede te ‘s-Graveland. Wolters woonde ‘s-winters op de Heerengracht waar hij twee erven No 23 en 24 bezat, en ‘s-zomers te ‘s-Graveland, waar hij Schepen was in 1738 en in 1742 tot Hoofdingeland werd gekozen. Hij was 19 December 1715 gehuwd met Sara Munter (1691-1758) dochter van Cornelis Munter en Maria Piso. Na het overlijden van Mr. Jan Wolters verklaarde de weduwe Sara Wolters geboren Munter bij acte van 30 Juli 1757 20 Morgen gronds op naam van haar behuwdzoon Mr. Jacob van de Poll te stellen waardoor de laatstgenoemde als Hoofdingeland benoembaar zou zijn. Kort daarna wordt de hofstede op 1 Mei 1759 overgedragen aan Philippus van der Nolk, die in ’t volgende jaar tot Hoofdingeland verkozen werd. In 1767 blijkt hij overleden te zijn, daar in dat jaar op 17 Januari de excecuteuren Mr. Arnoldus de Ridder en Mr. Joost Marcus de hofstede verkoopen aan Pieter Pama te Amsterdam voor F. 11.000,-

Pieter Pama maakte 15 Juli 1780 zijn testament en op 24 October verkochten de excecuteuren de hofstede mede enkele benificum van erfpacht alsmede een bleekerij, staande aan de voorweg en bestaande uit woon en waschhuis en twee woningen onder hetzelve dak, welke huizen in 1939 afgebroken werden wegens bouwvalligheid, voorts de gronden achter de plaats gelegen voor de som van F. 22.000,-
De nieuwe eigenaar was Mr. Gilles Alewijn, schepen der stad Amsterdam, in 1744 geboren, 1e echtgenoot van Maria Cornelia van Loon (1752-1735)
en na haar overlijden echtgenoot van Sophia Maria Hooft. Bij acte
van 29 Januari 1791 transporteerde de weduwe Alewijn-Hooft de hofstede aan Hendrik Hovij. Hovy, die tot de vermogendste kooplieden van zijn tijd behoorde, dreef een uitgebreide handel op Rusland.

In 1794 verrekende hij bij de Wisselbank een bedrag van F 2.172.000,-
en bewoonde een dubbelhuis op de Heerengracht. Nadat hij eerst
zijn buitenplaats, Vreedenhoff onder Heemstede, verkocht had,
kocht hij 17 Januari 1791 de hofstede, die hem 29 Januari 1791
voor F. 30.500,- werd overgedragen.

Zijn broeder Lodewijk, bijgenaamd de Jonge was sinds 1782 eigenaar van Land en Boschzigt. Tijdens de
Fransche revolutie en de woelingen daarna ontstond een deflatie
die zich alhier gevoelig voordeed. De trek van Amsterdam naar het
dorp was zoo goed als verdwenen, zoodat velen hunne hofsteden
‘s-zomers niet eens bewoonden. Hovy, die eveneens gevoelige verliezen had geleden, verkocht 21 November 1807 de hofstede Spanderswoud uit de hand aan Vrouwe Cornelia Straalman, weduwe van Hendrik Maurits van Weede, die den 12en November 1832 kwam te overlijden.
Zij was de zuster van Vrouwe Margaretha wier echtgenoot Mr. Gerrit Corver Hooft eenige weken te voren te ‘s-Graveland 18 September 1807 was overleden.

Mr. Hendrik Backer werd in 1815 eigenaar. Hij was geboren 15 Augustus 1792 was lid, later president van de Tweede Kamer bij de inhuldiging van Z. M. Willem II en huwde in 1812 Jonkvrouwe Wilhelmina Cornelia Dedel, Dame du Palais en dochter van Mr. Jacob Dedel en Cornelia Corver Hooft.

Jhr. Backer overleed te ‘s-Graveland op zijn buitenplaats 30 November 1846 zonder kinderen na te laten. Het volgende jaar bracht een nieuwe eigenaar op Spanderswoud en wel Frederic van der Oudermeulen, de president van de Nederlandsche Handelsmaatschappij.
Hij was te Amsterdam den 24ste Mei 1820 met de dochter van Jhr.
Pieter Samuel Dedel, Jonkvrouwe Johanna gehuwd. Na het overlijden
van haar echtgenoot bleef zij Spanderswoud bewonen en overleed al
daar 19 October 1873.

In 1874 erfde Mevrouw Backer-de Wildt de buitenplaats. Jhr. Mr. Salomon Backer huwde 1859 op den 20sten Mei Johanna Elisabeth de Wildt, dochter van Mr. Francois de Wildt directeur van de grootboeken en Jonkvrouwe Isabella Dedel, en overleed hier in 1880. De oudste dochter Jonkvrouwe Anna Maria trouwde te Amsterdam 27 Maart 1884 met den heer Abraham Jacob Blaauw. Zij beiden gingen Spanderswoud bewonen en hebben zeer bijgedragen om van den tuin een ware lusthof te maken.
De Heer en Mevrouw Blaauw woonden later te Hilversum en zijn op een hooge leeftijd overleden, terwijl Spanderswoud daarna bewoond wordt door de familie de Lanoy Meijer. Het huis rechthoekig van vorm, dateert van ±1750 en verving de eenvoudige hofstede, die er oorspronkelijk gestaan heeft. Op de zijkant is de volgende spreuk aangebracht:
“Da Pacam Domine in Diebus Nostris”
wat het volgende beteekent;
“Geeft vrede Heer in onze dagen”.
Van de ruime salons is nog een enkele bijzonderheid te vermelden, o. a. de vroeg 18e eeuwsche schoorsteenmantel in de beneden zitkamer ter rechter zijde van de hall, waarboven een opzijschuifbaren spiegel is aangebracht.

Voorheen zag men voor de haard zittend den tuin in, terwijl ‘s-zomers een heerlijk rosarium zich aan het oog vertoonde.
De oprijlaan wordt van de dorpsweg af bereikt door een fraai
gesmeed ijzeren hekwerk, aangebracht ten tijde van de bewoning
van Spanderswoud door den Heer A. J. Blaauw.

In de oorlogsjaren werd Spanderswoud een toevluchtsoord voor de vele geëvacueerde families.
In 19.. werd de buitenplaats aangekocht door de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten.