In de Gloriosa

Sperwershof

Sperwershof

De grond van de hofstede Sparwershof is in 1634 bij de verkaveling van ‘s-Graveland toegedeeld aan:
1. Adriaan Dirks Sparwer, en aangelegd als boeren bruiker, zooals dezelve nog voorkomt in de stukken van 1732; Is van dezen gekomen op zijn zuster Elisabeth Sparwer, echtgenoote van Benedictus Schaek, Heer van Ankeveen, mede een der aanleggers van ‘s-Graveland;
Daarna in 1665 op haar schoonzoon Joan de Wale, Heer van Ankeveen;
In 1691 op diens zoon Adriaan Godfried de Wale;
In 1714 bij zijn overlijden, aan zijne dochter Maria Elizabeth de Wale,
Vrouwe van Ankeveen; (19 April 1732 is het Heideveld, door den Heer Sautijn, getransporteerd aan Jonkvrouw M. E. de Wale) en krachtens haar testament van den jare 1749 op Godfridus Franciscus Cromhout, Heer van de Werve en Ankeveen.
1763 Met de heidegronden getransporteerd aan den Heer Jan Bernt Bicker;
In 1775 aan Mr.Nicolaas Warin Az.;
In 1778 aan Jonkvrouwe Jacoba Elizabeth Dedel;
In 1806 is de bleekerij op het paadje – sedert gesloopt getransporteerd aan genoemde Jonkvrouw J. E. Dedel;
In 1819 Sperwershof en toebehooren toegekend aan Mevrouw van Weede geboren Warin
In 1820 zijn de erfpachtsrechten van den grond aan ’t paadje getransporteerd aan Mevrouw van Weede, geb. Warin;
1846 Sparwershof en toebehooren bij scheiding op Jonkheer C. W. van Weede;
1861 Bij scheiding op Jonkvrouwe C. W. van Weede;
Bij koopacte dd. 29 Dec. 1877 op Jhr. P. S. Dedel;
1885 Toescheiding aan Jonkvrouwe J. I. Dedel uit den boedel van wijlen haren Vader Jhr. Mr. C. Dedel in 1881 eenig erfgenaam van wijlen genoemden Jhr. P. S. Dedel.