In de Gloriosa

Spiegelrust

Spiegelrust

De kavels 16 en 17 kwwamen bij de verloting in handen van Anthony Oetgens van Waveren en zouden het latere Spiegelrust vormen. Uit de latere afscheiding van Schoonoord en Groenlust blijkt dat de eerste bezitter van het eigenlijke Spiegelrust zijn grond gebied heeft uitgebreid door kavel 18 en 19 van de toenmalige eigenaar Abel Matthysz Burgh over te nemen. Schoonoord als grondbezit is in het midden der 18e eeuw afgescheiden, daarna werd hiervan Groenlust los gemaakt. Op kavel 17 heeft ook een afscheiding plaats gehad zoodat een nieuwe hofstede Dubbelhoven werd gesticht. Langs de “Cortenhoefsche wegh” was inmiddels Land en Boschzigt door Willem van Waveren gesticht ook al weer een onderdeel van het aloude Spiegelrust evenals Heilust dat ten oosten van de plaats van Willem van Waveren kwam te liggen. Terugkeerende tot de stichter van Spiegelrust hebben we Anthony Oetgens van Waveren reeds in den breede besproken bij de beschrijving van Hilverbeek. Ter eere van zijn echtgenoote Anna Spiegel noemde hij het huis naar haar naam. Na zijn overlijden in 1659 nam zijn zoon M. Joan van Waveren de hofstede over. Hij was mede eigenaar van de heerlijkheden Waveren, Botshol en Ruige Wilnis, was Ridder van het H. R. Rijk en was te Amsterdam geboren 11 Augustus 1613. In de regeering volgde hij zijn vader op, was schepen, Raad en Burgemeester in 1670, terwijl in ‘s-Graveland hij in 1659 tot Schepen, in 1666 tot Hoofdingeland was gekozen, en tevens officier van het college der Schutterij-Broederen aldaar sedert de oprichting in 1652. Hij woonde ‘s-winters in het huis van Oetgens op de Singel en ‘s-zomers op Spiegelrust. Na zijn overlijden verhuisde zijn echtgenoote Debora Bleaunaar Stofbergen. Bontemantel zegt van hem: “Joan van Waveren was een sacht goedertierend man van een seer eerlijke inborst, doch in saecken van importantie was hij verleegen”. In 1670 werd Spiegelrust door zijn broeder Nicolaas van Waveren overgenomen. Hij was commissaris te Amsterdam (1650) en Schepen aldaar (1612)en was 5 October 1660 gehuwd met Cornelia Backer. Om familiekwesties werd hij 10 September 1672 door Prins Willem III geremoveerd.
Slechts kort heeft hij van Spiegelrust genoten, in 1684 overleed hij. Bij acte van Scheiding werd de hofstede toebedeeld aan zijn zoon Mr. Anthony Oetgens van Waveren, terwijl zijn andere zoon Willem het oostelijk gedeelte der gronden ontving, waar Land en Boschzigt zou verrijzen.

Mr. Anthony was te Amsterdam geboren 10 Juli 1667 en huwde te Ouderkerk 17 Maart 1695 Bregitta van Dortmont, dochter van Ds. Bonaventura Coegelen van Dortmont en Catharina Berewouts. Hij was Commissaris 1703-1712. Thasaurier extraordinaris 1714-21 en woonde als van ouds op den Singel in het huis van Oetgens tegenover de brouwerij de Swaen. In ‘s-Graveland was hij in 1702 Schepen en in 1724 tot Hoofdingeland benoemd hetgeen hij tot zijn dood in 1728 bleef. Zijn zoon Mr. Nicolaas Willem was reeds eerder overleden, zoodat de tweede zoon Bonaventura universeel erfgenaam werd. Bonaventura Oetgens van Waveren, die wel de naam doch niet meer bezitter was van de heerlijkheid Waveren, die door vererving aan de Amsterdamsche Burgemeester Joannes Hudde was gekomen, was 14 October 1700 geboren en Schepen, Raad en Commissaris in zijn geboortestad. Later nog Raad ter Adimiraliteit van het Noorderkwartier, Bewindhebber van de O. I. Compagnie. In 1728 was hij zijn vader opgevolgd in de Polder van. ‘s-Graveland, werd in 1737 tot Schepen gekozen, Hoofdingeland kerkmeester Van 1742-1758 en Dijkgraaf van 1757-1758.

Hij bedankte voor zijn functies in 1758 daar hij aan een langdurige borstkwaal leed en overleed 8 Januari 1761 “nalatende door sijn innemende vrindelyckheyt en burgelyke gemeensaamheyt bij groot en kleyn een roemwaardige loff wordende sijne gedagtenis in zegeninge bewaart.”
Niet getrouwd geweest zijnde woonde hij ‘s-winters ten huize zijner moeder op den Singel evenals de laatste jaren ‘s-zomers na 1758, toen hij Spiegelrust liet verkoopen.
Hij was de laatste manlijke Oetgens van Waveren; zooals we gezien hebben werd Spiegelrust steeds door de familie bewaard doch nu was de tijd aangebroken dat een verkooping moest plaats hebben. Toen Bonaventura door ziekte ‘s-Graveland verliet machtigde hij de makelaar Jan Schoonhoven om Spiegelrust te verkoopen hetgeen 27 Februari 1758 geschiedde, kooper was Jan du Bois eveneens makelaar wonende te Amsterdam terwijl de koopprijs F. 8.000,- bedroeg. De boerderij die waarschijnlijk op het meest oostelijk gelegen gedeelte stond naast Land en Boschzigt was buiten deze verkoop bedongen. De verschillende erfpachten bleven aan de familie in de vrouwelijke lijn tot ver in de 19e eeuw. Eenige jaren later machtigde Jan du Bois wederom Jan Schoonhoven om de hofstede te verkoopen. Op 10 Januari 1761 werd Mr. Jacob de Leeuw, de bewoner van Hilverbeek de nieuwe eigenaar, terwijl de koopprijs thans F. 11.500,- bedroeg. Nadat Mr. de Leeuw overleden was, kwamen de bezittingen aan zijn echtgenoote Vrouwe J. A. de Leeuw-Meulenaar en zooals we bij de geschiedenis van Hilverbeek hebben gezien vererfde het geheele bezit op Hendrik Muilman, Baanderheer van Haemstede.
De hofstede Spiegelrust was in verval geraakt.
30 Januari 1808 werd het huis voor afbraak verkocht.

Evenals de landerijen in bezit waren gekomen van Jhr. Hendrik Six is het huis op Spiegelrust ook in handen van laatstgenoemde gekomen. Evenwel schijnt het nog niet dadelijk te zijn gesloopt daar de ouders van Mevrouw Six-van Winter nog eenige tijd aldaar hebben gewoond. Wanneer precies de slooping plaats heeft gehad is niet aan te geven. Thans behoort de weide Spiegelrust evenals het er tegenover liggende Hilverbeek aan de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten Nederland.

PLAKKAAT VAN VEILING VAN SPIEGELRUST.
’t Origineel berust ten Rijksarchieve van N. Holland.
‘s-Graveland Anno 1808

WILLIGE VERKOOPINGE.
Op Saturdag den 30ste january Ao 1808 op de Hoffstede Spiegelrust te ‘s-Graveland des voormiddags ten half 10 uuren precies van de na te meldene perceelen als AFBRAAK te weten:

No 1.
Den Opstal van een Heerenhuis zijnde gesitueert als volgt. Een arduinsteene stoep opgaande, een voorhuis, gedeeltelijk met marmer bevloert. Ter linkerzijde een zijkamer, behangen en voorzien van een schoorsteen en daar achter ’n behangen Cabinet. Ter regterzijde: Een zijkamer insgelijks behangen en voorzien van een schoorsteen van boven met een schilderstuk. In het Voorhuis een Provisiekamer en ter zijde de trap opgaande: een bordes ter linkerzijde; een behangen slaapkamer. Vervolgens een behangen slaapkamer met drie kasten, ter eenerzijde: een Domestiquen kamer met drie bedsteden en een kast; een ter andere zijde: een afdak. Van het voornoemde bordes de trap hooger opgaande: een Portaal en afgeschooten kamer. Ter linkerzijde een ruime slaapkamer, behangen en voorzien van een bedsteede; hebbende communicatie met een kleiner dito kamer, ingelijks behangen. Voorts eenige treden opgaande/een kapkamer en laatselijk de trap na een extra ruime zolder, voorzien met een sterke kap; rondgaande Loode Gooten; breede midden of zakgoot. Loode Hoek en Kilkepers, alsook Loode platten op de Dakvensters. Uit het gemelde Voorhuis de Trap afgaande: een gang en vervolgens een Eetkamer behangen/en waar in een Engelsche schoorsteen, wederzijds met capitaale Kasten/Terzijde voornoemde gang; een kast als mede de toegang naar de keuken, voorzien van schoorsteen en Fornuis, Regen en Putwater pompe. Gootsteen, Glaze Tinnekast, Aanrigtbank &c. Verder een ruime kelder met lakwerk, een knegtskamer met twee bedsteedens strijkkamer; alsmede een aparte Bier en gesepareerde Wijnkelder met een Vliegenkast. Terzijde meergemelde Gang een Secreet met een Loode Tregter en naar nevens een Deur na een tuinmansvertrek waar in schoorsteen Bedstee, Zaad en Hangkast.
No 2.
DEN OPSTAL VAN EEN STALLINGE voor vier paarden, met en benevens een annex keukenvertrek voorzien van een schoorsteen, Bedstee en Kelder er onder. Terzijde twee turfhokken en een secreet. Hooger een zolder.
No 3.
DEN OPSTAL VAN EEN STALLINGE voor agt paarden, waar een put waterpomp, hooger een zolder.
No 4.
EEN CAPITAAL YZER HEK met gemetselde Pylasters en Breemer steene Vaasen.
VOORTS, Ruim 200 stuks zware opgaande Linde, Ipe, Beuke, Eecke,Elst en Sparreboomen alsmede Abelie en Populierboomen
MITSGADERS Persike, Abricosen, Vijgen, Morellen en andere exquise Vrugteboomen. Zware beuken-Hagen. Espelje’es &c.
EN LAATSTELIJK Een Ananasbak, Druivenkast, Persikebak, Broeiribben en glaze ramen en hetgeen verder te voorschijn zal worden gebracht.

De Verkoopingen zal geschieden op Saturdag den 30ste Januarij Ao 1808 ter plaatse bovengemeld als voormiddags te half 10 uren precies, doch de Perceele No 1.2.3 en 4 te 12 uren precies.
Iemand nader onderrigting begeerende welke met de makelaars G. en J. Twisk Cornelisz en M. de Rijk en Zoon te Amsterdam en C. van Rooyen, Schout te ‘s-Graveland; alsmede met de Architect de Plantsoenen H.de Vries en Zoon te Weesp.
Alles twee dagen voor de verkoopdag voor een ieder te zien.
Zegt het voort.


Te Amsterdam bij Hendrik Diederiks en Zoon, Boekverkoopers in de Kalverstraat tusschen Duifjes en Gasperssteegen.