In de Gloriosa

Stadwijk

Stadwijk

Het aan Anthony Oetgens van Waveren toegevallen lot No 6 omvatte de kavels 13 (voor de helft) 14, 15, 16 en 17.
De volgende verdeelingen zijn aangebracht:
Na de dood van Oetgens is reeds een gedeelte afgescheiden op de hoek van de Kortenhoefsche weg nabij de Smidsbrug, waar later Stadwijk zou verschijnen. Het oostelijk gelegen gedeelte van het land langs de Kortenhoefsche weg of Oetgenslaan zou nog plaats bieden aan de stichting van twee hofsteden n.l. Land en Boschzigt, omstreeks 1700 in bezit van Willem van Waveren en voorafgegaan door de verkoop van een stuk land voor het latere Heilust dat door Nicolaas van Waveren verkocht werd d.d. 1667.
Zooals we reeds bij de beschrijving van Schoonoord gezien hebben werd eerst Schoonoord later van deze laatste de hofstede Groenlust afgescheiden. Stadwijk was wat grondbezit betreft een bescheiden hofstede. Eigendomspapieren en andere bescheiden zijn geheel afwezig en zoo heb ik uit belendingen moeten opmaken wie de bewoners eventueel eigenaars zijn geweest.
Jacob Petersen, die we reeds ontmoet hebben bij de brandschatting van de Franschen in 1672 was geboren in Holstein 31 September 1622. Hij was Resident van de Hertog van Brunswijk Luneburg en Kanunnik van Oud Munster. Door zijn huwelijk met Catharina Bicker, Vrouwe van Engelenburg en dochter van de Schout Jacob Bicker en Alida Bicker is hij te ‘s-Graveland terecht gekomen waar hij deze hofstede bewoonde. Eigenaar van een buitenplaats te ‘s-Graveland woonde hij te Utrecht. Later vertrok hij naar de “HeiligenBerg” te Amersfoort waar hij 26 October 1704 overleed.

Zijn eenige zoon Ernst Jacob Baron de Petersen in 1705 gehuwd met Margaretha Fehrsen overleed vroegtijdig en blind zijnde. Van de drie kinderen overleed Mr. Jacob vroeg en werd te ‘- Graveland begraven. Hij was ongehuwd en woonde mogelijkerwijs bij zijn broeder Ernst (1705-1762) in die eigenaar van de hofstede was. Uit zijn huwelijk met Sara Catharina Mooy stamde Mr. Isaac Ernst Baron de Petersen (1737-1783) die we reeds als eigenaar van Beerenstein ontmoet hebben.
Hij was Meesterknaap van de Houtvesterij van Gooiland (1768) en in 1759 gehuwd met Geertruid Johanna de Graeff. Tevens werd hij eigenaar van Stadwijk hetgeen hij erfde uit de familie. Hij stierf 19 December 1783, geen nazaten hebbende kwam de hofstede in andere handen. Waarschijnlijk werd Stadwijk toen bewoond of in eigendom bezeten door Hendrik Poeraat Schimmel. Hij was eerst schout, na 1819 Burgemeester van ‘s-Graveland en waarnemend secretaris. Tevens oefende hij het ambt van notaris uit. Uit zijn huwelijk met Sara Meyse sproot de latere romancier Hendrik Jan Schimmel die 30 Juni 1823 het levenslicht alhier voor het eerst zag.

Na de Fransche tijd ontstond op Stadwijk een bloeiende jongens kostschool, welke ongeveer 170 leerlingen telde. Dit was niet meer de oude eenvoudige hofstede van weleer doch een groot forsch gebouw. De school, eigendom van de heer Schimmel stond onder leiding van de Heer Baudet en werd in 1839 opgeheven.

Daarna werd Stadwijk betrokken door Johan Diederik Hendrik Repelius. Hij was in 1800 geboren in Kockengen en was koopman te Amsterdam. Uit zijn tweede huwelijk met Henrietta Maria Wisseling waren acht kinderen waarvan in de jaren 1840-45 er vier alhier zijn geboren. Na 1846 woonde hij weer te Amsterdam op de Keizersgracht 319 en overleed aldaar in 1870.

Nadat het huis nog eenige keren van eigenaar was verwisseld kwam het huis in bezit van de familie Cator en werd gebruikt voor bakkerij.