In de Gloriosa

Veld en Akker

Veld en Akker

Over deze hofstede is slechts weinig te vertellen. Zelfs de naam, soms ook Veldenakker, is thans zoo goed als verdwenen en onbekend. Oorspronkelijk was het kavel 25 gelegen tusschen Beerenstein en de Hilversumsche weg langs de Vaart op Hilversum die tegenwoordig bekend staat als Beerensteinsche weg. Dit kavel evenals het voorgaande bevonden zich in 1634 in handen van Cornelis Davelaer.
De eerste eigenaren van Beerenstein zijn ook de bezitters geweest van Veld en Akker tot het oogenblik dat Rogier Beerenaart zijn bezit verkocht in 1724, uitgezonderd het oostelijk gelegen gedeelte waarop inmiddels een hofstede genaamd Veld en Akker gebouwd was. Het westelijke gedeelte is van dit oogenblik bij Beerenstein gevoegd. Blijkens de kaart “Ultrajectini domini” wordt Veld en Akker, ten tijde dat Listingh op Beerenstein woonachtig was bewoond door Louis Elsevier die in 1667 Schepen van ‘s-Graveland was. Als volgende eigenaar kennen we den Heer Gerrit van Noppen, brouwer op het Droogbak “In ’t Witte Hart” te Amsterdam, wiens weduwe in 1718 de hofstede nog bewoonde. De familie van Noppen blijft de hofstede nog bewonen. Een zoon Nicolaas van Noppen is in 1726-1728 Schepen van ‘s-Graveland. Als eigenaar treedt op Pieter van Noppen Gerritsz die in de jaren 1731 en 1732 Schepen alhier is. Na zijn overlijden transporteerde zijn weduwe Maria Magdalena de Keyser de hofstede aan Joseph van de Putt, koopman te Amsterdam voor de somma van F. 6.000,-. Beerenstein werd in deze tijden bewoond door de Heer van Strijen.

Op 7 December 1743 wordt opnieuw de hofstede verkocht door de weduwe Jacoba van der Helst en hierbij blijkt dat alles nog in een florissante staat verkeert. Tot de bijgebouwen behooren een Oranjehuis, Koetshuis en Speelhuis. De nieuwe eigenaar is Daniel du Peyrou, die hiervoor F. 5.000,- neertelde en die het huis alleen als zomerverblijf benutte, Du Peyrou, Raad, Commissaris en Bewindhebber der W. I. Compagnie woonde ’s winters op de Keizersgracht bij de “Gouden Ketting”. Geboren 27 januari 1709, stierf hij 20 februari 1748 waarna de hofstede, getaxeerd op een waarde van slechts F. 2.830,- op de 4e Juni voor dat bedrag door zijn weduwe Vrouwe Jacoba Bregitta van Loon verkocht werd aan Steven Schuylenburg, Schout te Hilversum en Jan Cornelis de Jong en Gerrit Rinkel allen te Hilversum die op speculatie kochten.
Vijf jaar later 19 oktober 1753 verkochten zij de hofstede met eenige benificien van erfpacht uitgegeven aan Zacharias Reetgeld, Schepen alhier aan Philippus van der Nolk. (Hoofdingeland 1760).
30 november 1765 treedt als gemachtigde van de executeuren van het testament van Philippus van der Nolk op Steven Schuylenburg, Schout te Hilversum, die hofstede transporteert aan Pieter Prins, Dirk Jong en Cornelis Boor.
Tegen de tijd dat Mr. Gerrit Corver Hooft, bewoner van Gooilust langzamerhand zijn bezit gaat vergrooten worden van de laatstgenoemde heeren de gronden succesievelijk overgenomen en zoo kwam eveneens de fraaie 17e eeuwsche boerderij die ten oosten van Veld en Akker aan de Hilversumsche vaart lag en eveneens onderdeel van deze hofstede was aan het steeds grooter wordend Gooilust bezit.
De boerderij “De Lonsvaerder” op Hilversumsch grondbezit liggende is een vermelding even waard. In de gevel komen eenige alleraardigste gevelsteenen voor. In de top zit een engelenkopje daaronder een steen met opschrift Ao 1673. Ter weerszijden komen nog twee steenen voor.
Rechts ziet men een manspersoon staande aan een bank of tafel bezig met kousen te wasschen, over een lijn achter hem hangen kousen te drogen.
Links is een schip afgebeeld met bolle zeilen waaronder staat; In D. Lonsvaerder.

Over Lonsvaerder vermeldt Elias het volgende Jan Allertsz Lonsvaerder was omstreeks 1500 Schipper van Amsterdam op Londen, uit welke beroepsnaam door samen trekking de Amsterdamsche familie Lons is ontstaan. Wie de hofstede gesticht heeft kan ik thans nog niet zeggen. In die tijd Ao 1673 kwam een Dr. Hendricus Lons voor die gehuwd was met Margaretha Spiegel, geparenteerd aan Anna Spiegel die op Spiegelrust woonde.
Aan welke beroeps of familie naam de andere gevelsteen herinnert kan ik niet veronderstellen.