In de Gloriosa

Gooilust

Gooilust

Kavel 22 kwam bij de uitgifte der kavels in 1634 in handen van Pieter Hooft die met Godert van Reede en Benedictus Schaeck lot No 3 getrokken hadden.
Bij de onderlinge verdeeling kwam kavel 23 aan Godert van Reede heer van Nederhorst. Als eerste eigenaar van deze hofstede die weldra “Rondom bedrogen” heette, daar deze de kleinste kavel was; de eigenaar achtte zich rondom bedrogen, staat te boek Pieter Hooft, Drossaard van Muiden, Baljuw van Naarden en Gooiland, de wel bekende dichter en historieschrijver. Geboren in 1581 huwde hij ten eerste Christina van Erp die hem vier kinderen schonk, die allen vroeg stierven. Uit het huwelijk met Leonora Hellemans sproten twee kinderen. Mr. Arnout Hellemans Hooft en Christina Hooft de latere echtgenoote van Mr. Coenraad Burgh.
Of Pieter Hooft een hofstede hier heeft doen bouwen is mij onbekend. Voor zijn overlijden in 1647 heeft hij zijn bezit te ‘s-Graveland reeds overgedragen, daar reeds in 1646 blijkens gepasseerde acten de bezitter hiervan geheel vaststaat.
Bij het eerste transport van kavel 23 (het latere Bousigt) staat vast dat het land ten Noorden dus Gooilust anno 1646 in bezit is van Majoor Bicker en dat ten zuiden in eigendom werd gehouden door Claes Listingh.

Majoor Bicker zooals deze in den wandel geheeten werd was niemand anders dan Jacob Bicker Jacobsz die 25 September 1612 te Amsterdam was geboren.
Hij huwde 4 October 1629 met de dochter van Dr. Andries Bicker, de stichter van Spanderswoud, Alida Bicker, Jacob Bicker, Ridder van St Marc, was kapitein, sergeant-Majoor van de Amsterdamsche troepen en Schepen te Amsterdam in 1646.
Hij diende als Schout van ‘s-Graveland van 1656 tot zijn dood 17 Januari 1676.
De hofstede kwam na hem in handen Van Hendrik van Baerle. Van Baerle was in 1701 Diederick Hoeufft opgevolgd als heemraad en werd 1704 als Hoofdingeland benoemd. Evenwel overleed hij in 1705.
Op 10 Februari 1743 blijkt Jacob van Strijen eigenaar van “Rondom Bedrogen” te zijn.
Van Strijen was sinds 1726 Hoofdingeland, waarschijnlijk in 1746 overleden, althans in dat jaar wordt hij in het Polderbestuur vervangen door Mr. Salomon Dedel.
Als comparant treedt voor hem op de makelaar Joannes Tiedeman te Amsterdam en draagt de hofstede over aan de Heer van Lintelo.
Als volgend eigenaar trad dus op de Heer van Linteloo. In acten en schepenen protocollen komt hij als zoodanig voor. Uit de schepenenrol weet ik dat hij verder Coenraad Willem van Linteloo heette en uit Amsterdam afkomstig was. Hij was Schepen te ‘s-Graveland in 1747 en in 1749.
29 April 1752 wordt de hofstede opnieuw verkocht aan Mr. Daniél Deutz voor de somma van F. 13.300,—.
De grootte van de hofstede bedroeg nu 19 M en 365 R.

Mr. Deutz (1714-1775) was Raad, Schepen en Burgemeester (1767) van Amsterdam, Raad ter Admiraliteit van Amsterdam en in ‘s-Graveland was hij Schepen in de jaren 1751, 1753, 1758 en 1759 Hoofdingeland van 1758 tot 1762. Gehuwd met Geertruid van Son sinds 1744 overleed hij 1762.
Toen Deutz de hofstede bewoonde heeft hij de naam veranderd in Gooilust zooals in de transportacte van 1762 voorkomt.
In dat jaar op 26 Maart Wordt de hofstede Gooilust overgedragen aan Mr. Gijsbert Antwerpen Verbrugge voor dezelfde prijs van 1752. Mr. Antwerpen Verbrugge, zoon van Justus Verbrugge en Cecilia Antwerpen was in 1717 te Rotterdam geboren en waarschijnlijk te ‘s-Graveland in 1777 overleden.
In 1771 werd hij hoofdingeland.

Hij was in 1741 gehuwd met Maria Hooft, dochter van de zijdehandelaar Jan Hooft.
Op 8 Mei 1772 heeft hij Gooilust belangrijk vergroot met 120 Morgen Gooische heide, waarbij de acte van uitgaaf spreekt van een jaarlijksche erfpacht van F. 3,- per Morgen.
In 1778 is Mr. Gijsbert overleden en machtigt Vrouwe Maria Antwerpen Verbrugge van Freyhoff geboren Hooft de Mr. Chirurgijn Cornelis van Veeren te ‘s-Graveland om Gooilust te verkoopen.
Mr. Gerrit Corver Hooft was de nieuwe eigenaar geworden voor F. 40.000,-. Hij was dus ook eigenaar geworden van het heideveld 31 M achter Gooilust en 38 M achter Beresteyn. Hij is de man geweest die in de nu komende jaren successievelijk steeds zijn bezit heeft vergroot en niet alleen de stichter is van het thans nog bestaande Huize Gooilust doch ook van het omvangrijke landerijen complex langs het laatste stuk van het Zuidereinde.

Het gebouw in Lodewijk XVI opgetrokken is gebouwd naar een voorbeeld van een huis onder Velzen.
Mr. Gerrit Corver Hooft geboren 1 Januari 1744 als zoon van Jan Hooft en Maria Margaretha Corver werd als Raad aangesteld door Prins Erfstadhouder Willem V den 27 November 1787 en woonde na 1777 op de Heerengracht en ‘s-zomers op de Hofstede Gooilust, die hij 16 Januari 1778 had gekocht alsmede met zijn echtgenoote Margaretha Straalman waarmee hij 7 Mei 1769 in het huwelijk was getreden. Corver Hooft was Baljuw van Naarden en Gooiland, Meesterknaap van de Houtvesterij van Gooiland, Hoogbaljuw en Dijkgraaf van Weesp en Weespercarspel, Hoofdingeland van ‘s-Graveland en Dijkgraaf tot 1795 aldaar. 18 September 1807 stierf hij.

In 1786 vergrootte hij zijn landbezit op nieuw met de gronden die achter Bousigt lagen en die hem getransporteerd werden door de executeuren van de boedel van Wijlen den Heer Dirk van der Meulen. Toen de plannen in 1787 rijpten om de oude hofstede te vervangen door een grootere respectabeler woning heeft hij tevens het eigenlijke Gooilust omgeven door slooten waarvoor hij van de Polder toestemming had verkregen en tevens om het zand te veroeren naar Abcoude en mede verwierf hij een belangrijk stuk bouwland tusschen Kortenhoefschedijk en Stichtsche Rade gelegen.
Het nieuwe huis, strak van lijn met doorbroken pilasters, betreedt men langs een hardstenen stoep. Ter weerszijden liggen de groote kamers terwijl de groote zaal ovendwars ligt, uitzicht gevende op de monumentale beukenlaan. Wat de inrichting betreft is niets te vermelden.

Het huwelijk van Corver Hooft werd met zeven kinderen gezegend. De oudste dochter Cornelia trouwde alhier Augustus 1790 Mr. Jacob Dedel, Baljuw van Amstelveen wiens huwelijk in 1797 een zeer groote slag trof. Tengevolge van typhus overleden binnen enkele dagen beide echtgenooten (5 en 8 Augustus) hun zoontje Willem Gerrit (4 Aug) en Salomon II Augustus en zijn allen te Hilversum achter de toren begraven welke gebeurtenis nog tot heden spreekt in de aanwezigheid van de grafsteen aldaar.
De eenige overgebleven dochter Wilhelmina Cornelia huwde met Hendrik Backer, de latere bewoner van Spanderswoud en die aldaar in 1846 overleed. Agnes Maria Corver Hooft huwde 21 Mei 1799 Jacob Willem Dedel Salzn.

Godert Theodore Adriaan Baron Snoukaert van Schauburg huwde de tweede dochter welke gebeurtenis eveneens hier plaats vond op den 28ste December 1800.
Henriette Elisabeth trouwde op dezelfde dag Joan Daniel Cornelis Carel Baron d’Ablaing van Giessenburg.
Mr. Gerrit Corver Hooft die zich voor ‘s-Graveland verdienstelijk heeft gemaakt hij was Hoofdingeland, Kerkmeester en Dijkgraaf stierf
op zijn landgoed 18 September 1807.

Het volgende jaar werd Gooilust getransporteerd aan zijn zoon Mr. Jan Corver Hooft in mindering van deszelfs legitieme erfdeel Mr. Jan, heer van Ruwiel, welke heerlijkheid hij van zijn moeder had geërfd, was te Amsterdam 14 December 1779 geboren. Houtvester van Holland, Kamerheer van Koning Lodewijk daarna van Keizer Napoleon, Staatsraad in buitengewone dienst huwde 18 November 1813 Ursula Philppina Baronesse van Tuyll van Serooskerken (1780-1837). Hij bewoonde Gooilust en stierf er 25 Juli 1855.
Van hun kinderen werd Mr. Gerrit Corver Hooft later Burgemeester. Zijn zuster Margaretha Cornelia Johanna Henrietta, Vrouwe van Ruwiel overleed ongehuwd als laatste van dit geslacht op Gooilust 16 Maart 1895.

Als universeel erfgename trad op haar nicht Jonkvrouwe Louise Digna Catharina Six geboren op Hilverbeek 8 October 1862 dochter van Jhr. Pieter Hendrik en Henrietta Louise Elisabeth Baronesse d’Ablaing en kleindochter van Henrietta Elisabeth Corver Hooft.
Jonkvrouwe Six was 1890 gehuwd met Frans Ernst Blaauw te ‘s-Graveland; eerst bewoonden zij Westerveld waarna zij in 1895 naar Gooilust verhuisden. Blaauw, kenner van de vogels- en plantenwereld heeft aan Gooilust zijn wereldvermaarde klank gegeven. Woorden van mij kunnen niet beschrijven wat Frans Ernst Blaauw op Gooilust heeft kunnen maken. Veel leest men in zijn werk en van de dieren die ook de zijne gewerden zijn in “Op zoek naar dieren en planten in Britsch Oost Afrika”.
Van zijn reizen bracht hij veel mee, teveel om op te noemen, de Australische Telegallas, die zijn eieren in een bladhoop legt om ze te doen uitbroeden, Pampo, Struisen, Pauwen, Kangeroes Witstaartgnoes, Lama’s uit Patagonië en nog zoo veel meer. Helaas ook zijn uur brak aan; op de 17e januari 1936 verwisselde hij het tijdelijke met het eeuwige en nadien is Gooilust geen Gooilust meer.

Inmiddels was bij de dood van Mevrouw Blaauw-Six in 1934 het landgoed gelegateerd aan de Vereeninging tot Behoud van Natuurmonumenten op wie althans een taak rust om te rijke plantenmateriaal in goede toestand te houden.