Schoonoord

Was Schoonoord in de eerste honderd jaar van het bestaan van ‘s- Graveland een deel van Spiegelrust zooals op de vorige bladzijden werd beschreven, in het midden der 18e eeuw zien we een eigenaar optreden van deze gronden afgescheiden van Spiegelrust ten zuiden belend door Trompenburgh en ten oosten belend door de hofstede “de Laatste Stuiver” thans het buiten Jagtlust. Evenals “de Laatste Stuiver” waren deze gronden waarop Schoonoord nog moest verrijzen door de familie Oetgens van Waveren verkocht aan de makelaar Jan Schoonhoven die we in vele transacties in deze dorpe zien optreden. Terwijl de makelaar Jan du Bois eigenaar was van verschillende erfpachten op gronden tusschen voor weg en vaart. Op 2 Mei 1761 werden deze erfpachten verkocht aan Jensen de Leeuw, makelaar te Amsterdam, die deze opnieuw bij acte van 12 Sept. 1767 overdeed aan Jan Schoonhoven en Francois Nol. Omstreeks 1773 is op deze grond een buitenhuis gebouwd dat het heeft uitgehouden tot 1930, waarna het nieuwe fraaie landhuis gebouwd werd onder de leiding van de architect van Erven Dorens. De schilderij van het oude huis van de achterzijde gezien door de kunstschilder J. Ritsema vervaardigd bevindt zich in het bezit van den Heer G. Leonhardt te Laren.
Op 31 Augustus 1773 was Joan Hodshon eigenaar geworden van de hofstede voor F. 14.500,-.
Hodshon geboren in 1717 was koopman op de West en Nieuw Engeland, handelende onder de naam van Joan Hodshon en Zoon. ‘s-Winters woonde hij op de Keizersgracht tegenover de Groenlandsche pakhuizen en na 1773 ‘s-zomers buiten op Schoonoord met zijn echtgenoote Maria O’Brenan, die in 1788 overleed terwijl hij zes jaar later haar volgde. Hodshon was betrokken in veel financiële ondernemingen die ten doel hadden Engelsche planters in de West in hun bedrijf te steunen. Eenige jaren na de koop heeft hij het meest zuidelijke gelegen gedeelte verkocht.
Bij gerechtelijk transport voor Schout en Schepenen van ‘s-Graveland 17 Januari 1776 werd een gedeelte verkocht en door deze scheiding een scheisloot O-W loopende langs de tegenwoordige Gereformeerde Kerk werd gegraven en werd een nieuwe plaats gesticht die de eigenaardige naam droeg van “Rondom Welgevallen” welke naam na 1794 veranderd werd in “Groenlust”.
Schoon-Oord was in die dagen van Joan Hodshon ten Noorden belend door Mr. Jacob de Leeuw en het huis van Martinus van Diepenbrugge, ten zuiden door Francois Nol en ten oosten door Mr. Gerrit Corver Hooft. Joan Hodshon kwam in 1794 te overlijden. Bij acte van scheiding der boedelnalatenschap 19 Juli 1798 was Jan Hodshon erfgenaam geworden. Jan Hodshon was Raad en Commissaris te Amsterdam en volgde zijn vader als koopman op. Op 5 April 1821 werd de acte voor de ‘s-Gravelandsche notaris Hendrik Poeraat Schimmel gepasseerd waarbij Jan Hodshon verklaart verkocht te hebben aan Jonkvrouwe Catrina Rebecca Helmers Bonjes te Amsterdam een hofstede genaamd Schoon-Oord groot 20 Morgen voor de koopprijs van F. 23.000,-. Ten noorden van deze buitenplaats lagen Land en Boschzigt en Spiegelrust welke laatste toebehoorde aan Anne Willem Baron Straalman. Vrouwe Helmers Bonjes huwde de Heer H. C. Evertsz. die wij als bewoner van de Trompenburgh zullen leeren kennen. Zij overleed 3 Juli 1828 en had haar echtgenoot tot universeel erfgenaam benoemd. Hendrik Coenraad Evertsz, hoofdingeland van ‘s-Graveland heeft Schoonoord nog vergroot met de houtwal aan de Oostzijde van de plaats.
Op 26 Januari 1829 treedt op als gemachtigde van Hendrik Smiers Cornelis van Hulft, ontvanger der Rijksbelastingen wonende te ‘s-Graveland, die de houtwal verkoopt aan den Heer Evertsz. Genoemde Smiers had de houtwal 31 October 1816 gekocht van Albertus Johannes Schuyt, heer van Castricum en Backum. Evertsz huwde nadien Vrouwe Henriette van Genderen die hij 25 April 1836 tot universeel erfgename benoemt, terwijl hij 16 Mei 1838 overleed. Mevrouw Evertsz-van Genderen bleef ‘s-zomers Schoonoord bewonen.
15 December 1846 treedt als haar gemachtigde op Jan van Genderen die Schoonoord in twee gedeelten verkoopt. Het geheele westelijke gedeelte met hofstede, stal, tuinmanshuis etc. wordt gekocht door den Heer Antonie van de Koppel, terwijl het oostelijke deel in handen kwam van den Heer Trakranen eigenaar van Jagtlust .Uit deze acte van 1846 blijkt dat Schoonoord ten Noorden belend was door Mevrouw de Wed. Sijpesteijn en Jhr. Six van Hillegom, die respectievelijk eigenaars waren van Dubbelhoven en Spiegelrust en ten zuiden door Mevrouw Zeelt op de hofstede Groenlust, terwijl de heer Proper op de boerderij van Spiegelrust woonde.
Antonie v. d. Koppel gehuwd met Margaretha Gerhardina Torlan overleed voor zijn echtgenoote, die alhier 24 Februari 1879 stierf en liet als erfgenamen achter zijn vijf kinderen Johanna gehuwd met Louis de Veer, Cornelis van de Koppel, Cornelia, echtgenoote van Hermanus Hendricus Proper, Antonetta Margaretha Gerardina van de Koppel en Frans Hendrik. Bij de veiling en toewijzing van 24 Maart 1880 kwam de hofstede aan Louis de Veer die als gemachtigde optrad van Mejuffrouw Antonetta M. G. van de Koppel. Zij heeft de buitenplaats verhuurd. In Juli 1885 werd de nieuwbenoemde gemeentearts Dr. Hendrikus Jonker inwoner van ‘s-Graveland. Evenwel was het Zuidereinde in die dagen en vooral bij avond een zeer duister en onbegaanbaar zandpad hetgeen voor de pas gevestigde arts evenals voor de patienten een groot ongerief was. Na zeven jaren verhuisde hij naar de Kerkbuurt waar op 22 Augustus 1892 zijn beide kinderen Henri en Annie de eerste steen legden voor het nieuwe doktershuis. Tot 1932 bewoonde de familie Jonker het doktershuis te herkennen aan de Pil op de gevel. Dr. Jonker overleed op 11 Maart 1932 waarna de schrijver dezes de praktijk overnam en zich ter plaatse vestigede als huisarts. Van 1896 tot 1903 werd Schoonoord bewoond door de kunstschilder Richard Nicolaas Roland Holst. Bij acte van 11 Augustus 1902 verklaart Mej. van de Koppel wonende te ‘s-Graveland verkocht te hebben aan Louis de Veer de heerenhofstede Schoon-Oord cum annexis.
Een zijner dochters Wellemoet de Veer huwde Jacobus Wicherlink, die wij naderhand steeds als gemachtigde zien optreden. Op 21 Augustus 1907 verhuurde laatstgenoemde de buitenplaats aan Jan Focke van Houtum, fabrikant te Hilversum, terwijl 2 Jan 1911 de acte van transport werd geteekend en Gerrit van der Aa, consul van België en wonende te Hilversum eigenaar werd. De Heer van der Aa wilde de buitenplaats aan de Oostzijde verbinden door een aan te leggen weg door het bosch naar de Leeuwenlaan welks plan van vele zijden werd tegengewerkt, hetgeen wel de reden zal geweest zijn dat hij Schoonoord spoedig in 1912 verkocht aan de Heer George Leonhardt die de buitenplaats alleen ‘s-zomers gebruikte. In 1930 verrees het fraaie landhuis. In 1946 overleed de heer Leonhardt. Het huis Schoonoord werd verkocht aan de heer Greidanu