In de Gloriosa

Zuid-Wolfsbergen of Westrust

Zuid-Wolfsbergen of Westrust

Oorspronkelijk behoorde Zuid-Wolfsbergen tot kavel No 12 en 13 en bevond zich in handen van Reinier Pauw een der eerste hoofdingelanden van ‘s-Graveland. Waarschijnlijk zijn Noord- en Zuid-Wolfsbergen nimmer door een scheisloot van elkaar gescheiden geweest. Veelal waren deze plaatsen oorspronkelijk als boerenhofsteden gesticht in een hand vereenigd. Ook Zuid-Wolfsbergen zal een laan ten oosten gehad hebben, thans zijn daar ter plaatse nog eenige zware beuken over. De hofstede is tusschen de jaren 1846-52 verdwenen. Het westelijke deel is thans weiland terwijl het oostelijke deel thans als Wolfsbergen bekend, beboscht is. In de laatste decennia van 1600 werd Zuid-Wolfsbergen bewoond door Mr. Isaac van Thije, heer van Opmeer die in 1693 als hoofdingeland benoemd werd. Na zijn overlijden in 1695 bleef de Weduwe van Thije of zooals zij in acten voorkomt als Vrouwe van Opmeer de hofstede bewonen tot 1724 blijkens een transport acte van 18 April 1724 betreffende de hofstede Hilverbeek waarin zij voorkomt. Om en nabij 1725 was Z. Wolfsbergen in bezit van Gerrit van Rutter, die 13 December 1729 voor F. 1.2700.- de hofstede verkoopt aan Mr. Willem Sautijn.

Sautijn was in 1678 te Amsterdam geboren en woonde in het huis van Huydecoper op het Singel en was 31 Mei 1709 gehuwd met Wendela Eleonora Reael (1688-1768). Ondertusschen hebben zij niet steeds Z. Wolfsbergen bewoond daar ook hun zoon Mr. Dirk Sautijn de hofstede gebruikte. Mr Dirk Sautijn heeft niet in de regering van zijn geboortestad gezeten, was boekhouder van de Wisselbank, Kerkmeester en Commissaris van het Zandpad op Muiden en Naarden. Hij stierf op jeugdige leeftijd in 1742. Op de hofstede vertoefde den Heer van Vreeland, Jan Reael zeer dikwijls bij zijn zuster, die ook ’s winters hier placht te wonen. Het jaar 1740 was een droevig jaar. Terwijl zij 15 December haar broeder wachtte moest zij nog dien dag vernemen dat gezegde Heer van Vreeland een treurig ongeluk was overkomen. Bicker Raije verhaalt het volgende hierover:

“Dato 15 December 1740 is de Weled. Heer Jan Reael, Vrijheer van Vreeland, schepen dezer Stadt en Bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie op een zeer ongelukkige manier seer schielijck om het leven geraakt. Sijn Weled. sat in de roef van de Schravelantse Schuyt van Schipper Stam met den Heer Abm Alewijn, de koster van de Oosterkerk Adolf Schimmelketel en den Heer Haagen en een stijve koelte sodat terwijl sij het sijl bij hadden, het er vreeslijk duer liep en komende in den ruigsloot, even duer de Duyvendrechtsche brug sat daar een waterschuyt aan de grond vast, de groote vaart van Stam sijn schuyt maakte de waterschuyt driftig en het roer dat nog aan de grond raakte dreef de helmstok buyten uyt. Die schuyt in het passeren na malkander toesuygende schaafde de helmstok van het waterschip langs de schuyt tot aan de roef. Daar vattende nam deselve de heele roef aan die kant mee duwde Haagen en Schimmelketel voorover en trof den Heer van Vreelant, die in den hoek sat so teegens het hooft dat hij sonder sig te verroeren of eenig woort te spreken morsdood bleef. Den Heer Schimmelketel is seer swaar aan de Schouder beseert met een schrampscheut en sou als het hem een duymbreet meer gevat had mede te plettere geslagen hebben, dog is mooy aan de beeterhant.”

Na de dood van Mr. Willem Sautijn transporteerde Vrouwe Wendela Eleonora Reael de hofstede op den 3e Juni 1749 aan Hendrik Nicolaas Sautijn, die het volgend jaar tot Hoofdingeland van de Polder werd gekozen. Hij was in Amsterdam Raad achtereenvolgens Schepen en Commissaris. Na gehuwd te zijn geweest met Maria de Grave, die in 1733 was overleden trouwde hij in 1737 met Levina de Mollem, die na eenige
jaren stierf zoodat hij in 1744 ten derde male met Maria Eleonora Sautijn, de dochter van de vorige eigenaar van Zuid-Wolfsbergen huwde. Hendrik Nicolaas Sautijn, zoon van Nicolaas Sautijn transporteerde 15 Januari 1765 de hofstede voor F. 21.000,- aan Mr Hubert van Meel (1699-1769) die zeer vermogend was en een fortuin van F. 129.800,- naliet. Zijn echtgenoote Theodora Elisabeth Weveringh, met wie hij in 28 April 1750 was gehuwd, droeg de hofstede die nu “Westrust” heette over aan Henry Clifford voor de som van F. 25.550,- Clifford, heer van Hoogersmilde (1711-1787) had zich in 1768 uit bankierszaken teruggetrokken. Na zijn overlijden 24 October 1787 kwam de hofstede aan Mr. Martinus Alewljn, die universeele erfgenaam van Henry Clifford was. Evenwel transporteerde Alewijn het volgend jaar op 14 Juni 1768 Westrust aan Willem Straatman, heer van Ruwiel voor F. 19.000,-

Straatman was 12 October 1723 geboren en woonde op de Keizersgracht aan de westzijde tusschen Leidschestraat en Leidschegracht. Hij was koopman in Levantsche katoenen en handelaar op de West. Uit het huwelijk met Cornelia van Meekeren trouwde een der dochters Margaretha met Mr. Gerrit Corver Hooft. De volgende bewoner en eigenaar was Adriaan Cornelis Fabricius, heer van Heukelom, die 3 Mei 1794 de plaats aanvaarde voor de som van F. 24.500,- De heer van Heukelom was te Haarlem 2 December 1767 geboren en overleed op het slot Heukelom 4 November 1847. Hij bewoonde een huis op de Heerengracht nabij de Amstel en was I0 September 1786 met Haasje van Notten in het huwelijk getreden, die hem 16 Juni 1844 door den dood ontviel.

Op 23 Januari 1811 machtigt Fabricius Arij van Royen, Maire van ‘s-Graveland:
28 Februari 1811 verklaart de comparant schuldig te zijn aan Bernardus Warnsinck te Amsterdam de somma van F. 14.000,-
Hiervoor te verbinden al de goederen van Fabricius, speciaal de hofstede Zuid-Wolfsbergen en 13 morgen in de Polder de Grong (een gedeelte van de polder van Kortenhoef). De erven van Bernardus Warnsinck, Jan Willem en Willem Hendrik Warnsinck verkoopen bij executie wegens het schuldig blijven van Fabricius de hofstede Z.Wolfsbergen aan Dirk Hoogbruin, die 30 October 1818 de som van F. 14.598,17 hiervoor betaalt. Hierdoor komen beiden hofsteden thans in een hand. In 1845 vindt de verkooping plaats waarvan de lastgeving onder het hoofdstuk Noord Wolfsbergen is beschreven.

De aannemers de Wilde en van Dompselaar verkochten op 3 Januari 1846 bij gedeelten Zuid Wolfsbergen. Het bosch aan de Oostzijde ging over in handen van Jhr. Hendrik Six en bleef verder in bezit van de familie tot heden. De heerenhuizinge, koetshuis en orangerie vierden voor afbraak gesloopt, terwijl in de zestiger jaren het ontstane weiland langs de voorweg in handen kwam van Frederic van der Oudermeulen en voorgoed een onderdeel werd van het landerijenbezit van Spanderswoud.