Berg en Vaart

De bouw van de historische buitenplaats Berg en Vaart werd gestart in 1779 op een weiland aan de westzijde van de ‘s-Gravelandse vaart dat de bouwheer Abraham Bosch, een doopsgezinde Amsterdamse koopman, gekocht had van Jan Dedel, die aan de overzijde van de vaart de buitenplaats Boekestein bewoonde.
Het huis werd gebouwd in de voor die tijd ongebruikelijke L-vorm door een typisch Amsterdamse bouwer-architect, Jan Luyten, waarvan ook diverse huizen in Amsterdam bekend zijn. Het huis is een voorbeeld van de Hollandse Louis XVI-stijl, strak en elegant in zijn verhoudingen. Het is geen groot huis met zijn acht kamers, kelder, keuken en twee badkamers. De hygiënische boerderij Berg en Vaart werd in 1911 gebouwd om de tuberculose bij het melkvee te bestrijden. Deze boerderij hoort thans niet meer tot het landgoed.
Er zijn bouwrekeningen bewaard gebleven, waardoor wij weten dat het huis in de periode 1779-1782 werd gebouwd, en tevens in die tijd het parkje in landschapsstijl is aangelegd.

Bron: CBG -Nederlands Patriciaat Anno 1912 3e jaargang pagina 299. Daarin bevind zich de afstammingsreeks van de familie Eyma, zie pagina 295-305.
In 1779 kocht de Amsterdamse wijnhandelaar P.J. Eyma voor fl. 1.478,– en tien stuivers, twee morgen land van Jan Dedel wiens familie in die tijd de aan de overzijde gelegen buitenplaats ‘Boekesteyn’ bezat. Er ging direct een halve morgen af ‘om te beweyen’, waarna in de oosthoek op de overblijvende anderhalve morgen het tegenwoordige huis verrees.
Het is twee bouwlagen hoog en heeft een vijf travees brede voorgevel, gericht naar de ‘s-Gravelandse Vaart. Het huis kreeg uiteindelijk een L-vormige plattegrond doordat men het gedeeltelijk naar de tuinzijde uitbouwde. De meeste bouwactiviteiten vonden plaats in 1780. Een architect wordt in de rekeningen niet genoemd.
Van het park, waarvoor onder andere fl. 280,– aan spitloon staat opgenomen, is eveneens geen architect bekend. Al met al ontstond voor de uiteindelijke som van fl. 16.801,- en negen stuivers een kleine, maar complete buitenplaats, waarvan de samenhang tussen huis en aanleg goed bewaard is gebleven.
Op 27 maart 1816 verkocht Dirk Hoogbruin de hofstede en alles wat erbij hoorde aan Joseph Eijma, zie koopcontract.

Herenboer Pierre Joseph Eijma had op zijn landgoed ook een melkveehouderij. De voormalige hygiënische melkveehouderij/melkfabriek (Cannenburgerweg 11-b) dateert uit 1911. Opvallend is de ronde structuur van de stal, ontworpen door architect Th. Honders uit Nigtevecht.

De stal is rond, omdat je zo het beste efficiënt en hygiënisch kon werken. Er was plaats voor ongeveer twintig koeien. Pierre Joseph Eijma (1875-1934), vond dat een stal geen bergplaats, maar een woning voor het vee is. Op verschillende borden die hij op had laten hangen stonden teksten als ‘Alleen van gezonde dieren kunnen wij bij krachtige voeding goede melk verwachten’. En: ‘Direct zuiveren, uitluchten en afkoelen bevordert de duurzaamheid der melk’.
Video: Erik en Caroline bewaren 18e-eeuws landhuis in Ankeveen met stijl en zorg