In de Gloriosa

Beschrijving der hofsteden

Beschrijving der hofsteden

Bij deze beschrijving was het niet alleen mijn plan om de thans nog bestaande buitenplaatsen te beschrijven doch ook plaats in te ruimen voor de gegevens der verdwenen hofsteden. Eenerzijds daar deze laatsten een rol spelen in de geheele opbouw van het dorp, anderzijds omdat het genealogisch-historisch belangrijk is te vernemen wie de toenmalige eigenaren en bewoners waren.
Daarnaast leven de namen van de meestal in de 19e eeuw onder sloopershanden gevallen huizen, nog voort in de benamingen van weiden, lanen en boerderijen. In de thans volgende beschrijving komen de hofsteden voor die gerangschikt zijn van Noord tot Zuid, t.w:
‘s-Gravenhoek, Swaenenburgh, Schaepenburgh, Boekestein, Brambergen, Sperwershof, Spanderswoud, Noord-Wolfsbergen of Westerveld, Zuid-Wolfsbergen of Westrust, Hilverbeek, Stofbergen, Spiegelrust, Schoonoord, Groenlust, Trompenburgh, Gooilust, Bousigt, Beerenstein, Veld en Akker, Nieuwenhoek, Land en Boschsigt, Heilust, Jagtlust.
Van deze hofsteden zullen we in de volgende bladzijden de geschiedenis vermelden en de opeenvolgende eigenaren, waarbij hier en daar op de onderlinge familieverhoudingen wat dieper ingegaan dient te worden om de verschillende verervingen, boedelscheidingen of verkoopingen begrijpelijk te doen zijn. In de 19e eeuw raakt alles meer en meer uit elkaar. Evenwel in de laatste helft der 17e eeuw en in de eerste helft der 18e eeuw kunnen we ons voorstellen dat er een groote bekoring uitging van dit kleine dorp, rijk aan natuurschoon, waar een onderlinge gezelligheid heerschte door familiebanden ontstaan.
Zoo woonde omstreeks 1750 op Schaepenburgh Mevrouw de Weduwe Bicker-Pels met haar tien kinderen, die verschillende naburige hofsteden in hun bezit hadden. De levenslustige oude Mevrouw, zij bereikte de hooge leeftijd van 89 jaar en was nog zeer wel bij het hoofd, smaakte het geluk ook haar kleinkinderen geregeld te zien komen en gaan.
De buitenplaatsen aan het Noordereinde van ‘s-Graveland zijn altijd verbonden geweest door de onderlinge bruggetjes over de scheisloten, waardoor het bezoek binnendoor kon geschieden. Het moet dan ook een genoeglijk in en uitgaan geweest zijn op de hofsteden, waar men in die dagen evenals in de regeering van Amsterdam nog steeds onder elkaar was.
Het aantal kavels bij de oorspronkelijke verdeeling in 1634 kwam toen in handen van de zes ondernemers, die later hun deel onderverdeeld hebben waardoor het groote aantal hofsteden ontstaan is. Pas in de tweede helft der 19e eeuw zijn wederom de verschillende landerijen, waar inmiddels hofsteden verdwenen waren, bij elkaar gevoegd zoodat thans het aantal plaatsen twaalf bedraagt. Waar, uit de aard der opzet we ons moeten beperken tot die plaatsen binnen de gemeente ‘s-Graveland, heb ik gemeend voor een plaats een uitzondering te moeten maken en wel voor Jagtlust, hetgeen op Hilversumsch grondgebied is gelegen.
Daar Heilust, dat nog net in ‘s-Graveland lag tusschen Jagtlust en Land en Boschsigt, door vele familiebanden verbonden is geweest en beide plaatsen omstreeks 1820 bij elkaar zijn gevoegd waarna Heilust verdwenen is en het tegenwoordige Jagtlust overbleef leek het mij belangrijk om laatstgenoemde plaats op te nemen in de beschrijving.
Enkele opmerkingen van algemeene aard mogen hier nog volgen.
Voor de topografie van de verschillende hofstedenmede hun ligging, mag ik verwijzen naar de copiëen van de verschillende kaarten achter in dit werk, tevens naar de “Topografische Atlas van ‘s-Graveland” die samengesteld is door schrijver dezes. Daarnaast heb ik alleen dan de juiste grootte van de hofsteden opgegeven wanneer deze in acten voorkwam en tevens hier en daar de koopprijs vermeld om een idee te geven hoe die op en neer ging in de loop der tijden.
Veelal werd ook vermeld waar de bewoners, die ‘s-winters in Amsterdam woonden, op de grachten hun huizen hadden.

De verkaveling in 1634

Voordat tot de eigenlijke beschrijving van de Hofsteden overgegaan wordt, is het nuttig iets uitvoeriger stil te staan bij de “Cavelconditien” officieel genoemd “Cavelconditien van ‘s-Graveland” geleghen in Goyland. Uitgegeven te Amsterdam bij Broer Jansz. woonende op de Nieuwezijds Achterborghwal, in de Silvere Kan Anno 1634″. (Oud Arch. L.25)
Dit is het document van waaruit alle beschrijvingen der hofsteden beginnen en waarin de verschillende rechten en plichten van de eerste zes ondernemers beschreven zijn. Tevens zijn hierin de bepalingen vastgelegd over het maken en onderhouden van deze graven vaarten, scheiwallen, sluizen, verlaten en bruggen. Toen het op verdeelen aankwam heeft men het geheele gebied, 555 M. en 28 R. groot, verdeeld in 27 kavels, elk 20 M. groot. Slechts kavel 1 en 27 waren iets meer. De 27 kavels werden in twee Parken of Blokken verdeeld.
De eenige plattegrond of teekening die hiervan bekend is, is de kaart van Gooiland, een handschrift in kleuren en geteekend door C. Danckerts de Rij van 1636, stadsmetselaar van Amsterdam, waar het plan van verkaveling geheel op voorkomt. De kavels No 3, 8 en 13 zijn bij de verkaveling in tweeën gedeeld en vielen bij de daarop volgende verloting verschillende deelnemers ten deel. Om een zoo goed mogelijke verdeeling bij 4e loting te verkrijgen heeft men het aantal over zes genummerde loten verdeeld, zoodat een aantal kavels zoowel in het eerste Park als in het tweede Park vielen.

Lot No Kavel No Aantal Morgen  
1 1 24 M 586 Roeden
  2 20 M  
  3 10 M half
  24 20 M  
  25 20 M  
2 3 10 M half
  4 20 M  
  5 20 M  
  18 20 M  
  19 20 M  
3 6 20 M  
  7 20 M  
  8 10 M half
  22 20 M  
  23 20 M  
4 8 10 M half
  9 20 M  
  10 20 M  
  20 20 M  
  21 20 M  
5 11 20 M  
  12 20 M  
  13 10 M half
  26 20 M  
  27 30 M 42 Roeden
6 13 10 M half
  14 20 M  
  15 20 M  
  16 20 M  
  17 20 M  

Ten overstaan van Notaris Jacob van Zwieten te Amsterdam 7 juni 1634 heeft toen de verloting plaats gehad met het volgende resultaat:

Lot No 1 viel toe aan: Mr. Cornelis Davelaer heer van Pethem
Lot No 2 viel toe aan: Abel Matthijsz Burgh en Gerard Simonsz Schaep
Lot No 3 viel toe aan: Benedictus Schaeck heer van Ankeveen, samen met Godert van de Reede en Pieter Cornelisz Hooft
Lot No 4 viel toe aan: Dr. Andries Bicker
Lot No 5 viel toe aan: Reijnier Pauw raadsheer Hoge Raad van Holland
Lot No 6 viel toe aan: Anthony Oetgens heer van Waveren

Door onderling ruilen hebben de heeren hun bezit afgerond en zijn, toen de ontginning voortgang had er toe overgegaan om bepaalde kavels te verkoopen. Godert van Reede, heer van Nederhorst en Pieter Hooft, Drost van Muiden, hebben spoedig hun grondbezit verkocht, waarschijnlijk omdat zij elders hun woonplaats hadden.
Alleen bij de transporten van Bousigt zien we eerstgenoemde als zelfstandige verkooper van een hofstede cum annexis optreden. Daar slechts een enkele buitenplaats thans nog in het bezit is van een eerste oorspronkelijke transportbrief laat ik vanwege de eigenaardigheid zelve de volgende kavelbrief van Bousigt volgen. Oorspronkelijk in het bezit van, wijlen den Heer F. E. Blaauw heb ik vele jaren geleden deze brief, die op perkament gesteld is en voorzien is van een uithangend zegel van ‘s-Graveland in bruine was, voor mijn verzameling van topografische en historische gegevens gekregen uit belangstelling en genegenheid voor mijn arbeid in deze.

De bovengenoemde brief luidt als volgt:
“Wij Adriaan Sparwer ende Jan van Didden, Schepenen van ‘s-Gravelant oerconden en kennen dat voor ons gecompareert is Jan Gerrits Bijl, smit tot Vrelant als speciaal gemachtigt van den Wel Edelen Heer van Nederhorst vermogens procuratie voor Schout ende Schepenen gepasseert in dato den 9en Mei 1643 ouden stijl ons vertoont ende voorgelezen ende verklaarde hij comparant in deze voorsch qualite wettelijks te cedeeren, transporteeren en in eigendom over te geven aan en ten behoeve van Willem Veenman, Schout van Vrelant een cavel lants groot twintig Morgen gelegen in dezen gerechte van ‘s-Gravelant in t tweede Park of te Blok sijnde cavel No 23 strekkende over de vaart van de Stichtsche Rade tot de scheijding tusschen de gemene goysche gronden ende landen van ‘s-Gravelant daer Zuijdwaerts Claes Claesz Listing ende noortwaerts Jacob Bicker Jacobsz met cavel No 22 naest gelegen zijn met lasten van vijff duysent vier hondert guld capitael aen comende dHeer Pieter Cornelisz Hooft, Drossaert van Muijden en Balluw van Goylant daer van interest betaelt werd volgens daer van sijn Brieven daer van sijn, voorts met sodanige exemptien voordeelen en lasten als andere landen in ‘s-Gravelant gelegen. Renuncieerende hij comparant van de voorseg. Cavel lants met ook van alle Brieven en geregtigheden die zijn comparant principaal daer aen hadde,…… van de cooppenningen deselve te zijn voldaen ende betaelt de eersten pen. metten den laetsten doende daervan ten laste van sijn principael vrijing en waringe als gront in de erfcoop recht is naer de regte van den lande. Compareerende voor ons ter selve stonde Willem Veeman, Schout tot Vrelant ende verklaerde dezelve cavel lants met de getimmert van huisinge, Schuur ende berge daerop staende te transporteeren ende in eygendom over te geven aan ende ten behoeve van Mr. Andries Hellerius, apothecarius woonende te Amsterdam met laste van vijffduijsent vierhondert guld. capitael aenkomende de Heer Pieter Hooft, Drossaert van Muijden en Balluw van Goylant daer van de voorn. Hellerius in de renten van die sal treden meij 1646 voorts met de sodanige Exemptien voordeelen ende lasten als andere landen in ‘s-Gravelant gelegen zonder eenige speciale renten meer te zijn belast dan voors. staet.
Renuncieerende bij comparant van de voors. cavel lants met het getimmert daer opstaende met ook van alle geregtigheijt die zij daer aen hadde alles ten behoeve van de voors. Hellerius ende zijn erfgenaam bekende mede van de cooppenning met de laetste; belooff de daeromme t-selve lant en getimmert te zullen vrijen en waren als gront ende erffcooprecht is ende ten eijnde dezen transporteeren naer regte sal valideeren s …. deren ten verzoeke van Schepenen beijden Schout met gemeen ‘s-Gravelant segel besegelt op den fXXI Febrij Ao XVIc ses en veertig”

In kennisse van mij:
M. Goudt. secret.
Ao 1646

Op het volgende schema van den Plattengrond van ‘s-Graveland zijn de kavels genummerd van 1 tot 27. Ter linkerzijde zijn de toekomstige hofsteden aangegeven, ter rechterzijde de oorspronkelijke eigenaren der kavels.
Merkwaardigerwijs zijnde grenzen in 1634-36 die 0-W liepen thans nog intact in de vorm van de scheisloten of anderszins als landwegen. Zelden in Nederland is de structuur van een dorp in het verloop van 300 jaar zoo intact gebleven als hier.